EW Podium, Jeroen Coelen

Vertrouw eens wat minder op innovatie

11 juli 2022Leestijd: 5 minuten

Bij het oplossen van de grote politieke problemen van onze tijd wordt al te vaak vertrouwd op innovatie. Dit terwijl blijkt dat innovatie niet altijd helpt bij concrete problemen. Technologisch succes is niet afdwingbaar, waarschuwt innovatie-onderzoeker Jeroen Coelen op EW Podium.

Jeroen Coelen (1991), PhD-kandidaat TU Delft, onderzoekt innovatie bij start-ups. Zijn focus ligt op hoe mensen innovatieve ideeën omzetten naar de weerbarstige praktijk. Hij deelt zijn bevindingen in zijn twee-wekelijkse nieuwsbrief, die hier gratis beschikbaar is.

 

EW Podium publiceert opinies van (vooral jonge) schrijvers, die vanuit eigen onderzoek of werkervaring bijdragen aan het debat. De artikelen reflecteren niet noodzakelijkerwijs de opvatting van de redactie.

Onlangs stemde op een VVD-congres een meerderheid tegen het kabinetsbeleid aangaande het stikstofdossier. Daarbij vertrouwden de dwarsliggers op ‘technologie en innovatie’ als basis voor een oplossing. Ook in het Regeerakkoord wordt veel verwacht van innovatie. Zo versnelt het kabinet-Rutte IV niet alleen ‘de woningbouw door innovaties’, maar gaat zelfs ‘innovatie helpen bij de versnelling van verduurzaming van de landbouw’.

Dat je denkt: wat een geluk hebben we toch dat innovaties precies de problemen gaan oplossen waar wij mee zitten! Innovaties hebben veel weg van een joker die kan worden ingezet om controversiële alternatieven te omzeilen, zoals het uitkopen van boeren of het trekken van de portemonnee voor reusachtige bouwprojecten door de overheid.

Succesvol innoveren is het vinden van passende probleem-oplossing-combinaties. Problemen genoeg. Maar we hebben niet altijd controle over welk probleem uiteindelijk wordt opgelost.

Iedere succesvolle innovatie is een passende probleem-oplossing combinatie

Welk probleem los je op?

Zo klonken in 1964 voorspellingen van een benzinetekort. Om benzine te besparen, kreeg een aantal onderzoekers bij het chemisch bedrijf DuPont het idee om een nieuwe lichte autoband te ontwikkelen die zuiniger was. Hiervoor ging scheikundige Stephanie Kwolek op zoek naar superweefsels: extreem lichte doch sterke kunststoffen.

Innovatie
Lees ook dit essay van Edin Mujagic: Nieuw tijdperk van voorspoed op komst

Via trial & error onderzocht ze wanneer moleculen zich zo schikten dat het materiaal extreem sterk werd. In haar lab ontstond er op een dag een apart, troebel goedje in een reageerbuis. Zo troebel, dat velen het voor afval aanzagen, zei Kwolek later. Op aandringen van Kwolek werd van dit goedje toch kunststof gemaakt. De resultaten waren verbluffend: vijf keer zo sterk als staal en zeer lichtgewicht. Toch geloofde ze deze metingen niet: ze stuurde het nogmaals naar het meetlab. Wederom waren de resultaten uitstekend. Ze kon er niet meer omheen: ze had een superweefsel ontdekt.

In de jaren zeventig werd het spul toegepast in autobanden van racewagens. In de autobanden van consumenten is het echter niet terechtgekomen. Dus, de gemikte benzinebesparing bleef uit. Tegenwoordig zit dit weefsel – met een globale markt van 5 miljard dollar – bijvoorbeeld in kogelvrije vesten. Stephanie Kwolek is namelijk de uitvinder van Kevlar (merknaam).

Het voorspelde probleem, benzinetekort, werd niet opgelost door Kevlar. Toch is dit een succesverhaal: uiteindelijk werd elders winst geboekt. Dat komt doordat de makers van Kevlar zich niet fixeerden op één probleem of oplossing. Het maakte DuPont niet uit welk probleem Kevlar oploste, als er maar economische waarde ontstond, en dat lukte.

Soms wordt het originele probleem achtergelaten om de kans op succes te vergroten

Onderzoek laat zien dat fixatie op een probleem of oplossing de slagingskans van innovatie verlaagt. Dit komt enerzijds doordat het aantal mogelijke probleem-oplossing-combinaties beperkt wordt als het probleem of de oplossing wordt vastgezet. Anderzijds komt dit doordat fixatie op een oplossing blind maakt voor andere oplossingen: het belemmert het innovatieproces.

Veelbelovend op papier, teleurstellend in de praktijk

Net als bij de autobanden van Kevlar kunnen de resultaten van innovaties tegenvallen voor onze maatschappelijke problemen. Een onderzoeksprogramma van de Wageningen Universiteit rapporteert technologische zoekrichtingen van het stikstofprobleem. In juli 2021 werd door Wageningen bijvoorbeeld gesuggereerd om luchtschoonmaakmachines in koeienstallen te plaatsen om uitstoot te reduceren.

Maar in juni 2022 kwam naar buiten dat deze veestallen met luchtschoonmaakmachines meer uitstoten dan verondersteld, soms wel 380 procent meer. Verder bleek in 2020 al dat een andere innovatie, speciale afzuigende vloeren die uitstoot moeten tegengaan, tegenviel. Deze ‘innovatieve’ stallen stootten evenveel uit als normale stallen.

Terwijl in het Kevlar-voorbeeld de resultaten in consumenten-autobanden tegenvielen, is dat hier het geval bij luchtschoonmaakmachines en afzuigende vloeren. Veelbelovend op papier, teleurstellend in de praktijk. DuPont richtte zich hierna op compleet andere problemen. Van benzinebesparing naar kogels stoppen: superweefsels bleken breed inzetbaar.

Soms kan het gewenste resultaat niet direct technologisch gevonden worden. Zijn er nog andere opties?

De vrijheid om een ander probleem op te lossen bij stikstofuitstoot in stallen is veel geringer. De behoefte is nu eenmaal om op een manier stikstofuitstoot te verminderen. De vraag is of deze luchtschoonmaakmachines en afzuigende vloeren ooit het gewenste resultaat gaan leveren. Hier zit de crux: technologisch succes is onzeker en zeker niet afdwingbaar.

Technologisch succes is niet afdwingbaar

Innoveren is implementeren. Totdat een technologie geïmplementeerd is, kunnen we beperkt inschatten of probleem en oplossing goed passen en tot de voorspelde winst leiden. Bovendien wordt vaak de benodigde tijd onderschat, zowel de ontwikkeltijd als de implementatietijd. Allereerst duurde het bij Kevlar zeven jaar vanaf het idee tot de eerste implementatie. Dit is niet ongewoon lang: het ontwikkelproces van vele innovaties is zelfs langer.

Lees meer over dit onderwerp: Innovatieve boeren doen het helemaal anders

Daarnaast zegt de tijd tot ‘eerste implementatie’ niets over de tijd tot, bijvoorbeeld, de honderdduizendste implementatie. In het Regeerakkoord van het kabinet-Rutte IV wordt gewezen op de beschikbare technologie voor prefab-woningen. Dit zijn huizen die gemaakt zijn van in fabriek geproduceerde onderdelen, inclusief complete gevels. Dit versnelt het bouwproces en maakt het ook nog goedkoper.

De technologie is er, maar dat betekent niet dat de fabrieken de gigantische vraag aankunnen voor het tekort 390.000 woningen. Materialen zijn schaars en duur, maar bovendien verhindert het personeelstekort het halen van de bouwambities van ons land. Nog meer onzekerheid.

Wat moeten we dan wel?

Dit is allesbehalve een pleidooi om niet te investeren in innovatie. Innovaties en nieuwe technologieën hebben de mensheid veel gebracht, met de nodige keerzijdes. Een deel van die keerzijdes wil het kabinet nu oplossen.

Innovatie

Lees meer over innovatieve ideeën uit Nederland: Slimme oplossingen voor actuele vraagstukken

Voor elk gesignaleerd probleem is er meer voor nodig dan roepen dat innovaties het gaan oplossen. Er moet een technologie worden gevonden die past op het probleem. Een technologie die in de praktijk daadwerkelijk winst boekt. En het liefst eentje die op korte termijn is in te zetten op grote schaal.

Zolang al deze onzekerheden niet zijn opgelost, is er geen reden om te geloven in het mantra: innovaties gaan het probleem oplossen.

Uiteindelijk bepaalt niet de mens, maar de aard van een probleem of een technologische, innovatieve oplossing past. Soms dringt zich die pijnlijke conclusie op: dit probleem kunnen we nu niet met nieuwe technologieën oplossen.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.