Melkveehouders Premium Corner

Stikstofuitstoot halveren voor een prikkie: zo kan het

10 augustus 2022Leestijd: 9 minuten

Stikstofuitstoot van melkveehouders halveren zonder grote investeringen. Volgens de Wageningse onderzoeker Gerard Migchels is dat mogelijk als boeren koeien anders voeden en stalmest mengen met sloot- of regenwater. Zo kunnen miljarden aan gemeenschapsgeld worden bespaard. Waarom gebeurt dat dan niet allang?

Zonder grote investeringen kan de stikstof bij melkveehouders met de helft omlaag als zij bereid zijn om anders te boeren en hun dagelijkse routines aan te passen. ‘Ja, boeren kunnen zelf veel doen om de stikstofuitstoot terug te dringen, maar dan moeten zij serieus aan de slag,’ zegt Gerard Migchels (52). Als senior onderzoeker verbonden aan de Wageningen Livestock Research werkt hij met iets meer dan honderd boeren aan stikstofreductie, en dat zonder gigantische investeringen in hightech-oplossingen. ‘Voor boeren is het belangrijk dat zij met eenvoudige en goedkope maatregelen de uitstoot verlagen, want anders leidt het tot een kostprijsverhoging die de markt niet compenseert.’ Om die reden gingen melkveehouders samen met Migchels jaren geleden op zoek naar goedkopere oplossingen.

Lessen voor vermindering stikstofuitstoot boeren lijken vrij simpel

Na de presentatie van de stikstofkaart in juni door de minister voor Natuur en Stikstof, Christianne van der Wal, zijn de lessen van het praktijkonderzoek van deze boeren en de Wageningse Universiteit nog relevanter en zij lijken vrij simpel. Als de boer zijn koeien anders voert, vaker buiten zet en minder jongvee houdt, wordt al bijna een kwart van de stikstofuitstoot bespaard. Hij kan nog een stap verder gaan om stikstof te besparen, en opgevangen regenwater mengen met de stalmest. Als hij dit vervolgens zorgvuldig verspreidt over de gewassen, kan dat nog een kwart aan besparing opleveren en samen met de andere maatregelen de uitstoot halveren.

Volgens Migchels levert een andere manier van voeren niet alleen een enorme stikstofbesparing op. Het is ook nog goedkoper, want het betekent minder krachtvoer, wat de boer meestal inkoopt bij een veevoederfabrikant. De kunst is de hoeveelheid eiwitten in het voer zo te verlagen dat de koe ‘minder eiwit uitpoept’. Eiwit bevat stikstof, en hoe minder hiervan terechtkomt in de mest, hoe lager de uitstoot. De uitkomst van goed voeren is een efficiënte en milieu­vriendelijke koe. Daarbij kan de boer de koeien vaker buiten zetten, want naast een stikstofbesparing heeft dit nog meer voordelen. Het dier heeft in de wei meer ruimte en de boer hoeft minder mest uit te rijden want het dier poept direct op de plek waar de mest moet komen. Dit leidt tot een lagere stikstofuitstoot, in de vorm van ammoniak op het veld.

Boer kan stalmest mengen met sloot- of regenwater

Een andere grote stikstofbesparing realiseert de boer als hij zijn stalmest mengt met water en het daarna over het land rijdt met een zogeheten sleepvoet. Deze mestmachine legt de aangelengde koeienpoep in sleufjes of geultjes op de grond, waardoor de mineralen eenvoudig bij de wortels van de gewassen komen. De boer kan hiervoor water uit de sloot of regenwater uit een regenton naast de stal gebruiken. Als extra stikstofbesparende maatregel kan hij geregeld de stalvloer met het water spoelen. Hoe vaker je spoelt, hoe lager de ammoniakuitstoot. Bijkomend voordeel is dat de mest meteen wordt verdund, voordat hij over het land wordt uitgereden.

Met al deze aanpassingen samen kan een veehouder zijn stikstofuitstoot met bijna de helft verlagen zonder grote extra investeringen. Hiermee kunnen ook miljarden aan gemeenschapsgeld van het kabinet worden bespaard. Waarom gebeurt dat dan niet allang?

Het klinkt allemaal eenvoudig – anders voeren, meer water bij de mest, koeien buiten grazen en minder jongvee – maar dat is het niet altijd, zegt Migchels. ‘Het vraagt om nieuw vakmanschap van de boer, die zijn routines moet aanpassen.’ In plaats van ze binnen te voeren, brengt de boer zijn koeien vaker naar de wei, waar voldoende voedzaam gras moet staan om op te kauwen. De boer moet ervoor zorgen dat er het hele jaar voldoende voer is voor zijn koeien. Hiervoor is een ander voer- en beweidingsplan nodig, zoals wanneer op de percelen wordt gegraasd en wanneer deze worden gemaaid. Dat laatste is nodig om het voer voor de wintermaanden – het zogenoemde kuilgras – op te halen. Als een boer zijn routines aanpast, zal dit het eerste jaar allemaal nog niet vlekkeloos verlopen. Hij heeft waarschijnlijk een paar jaar nodig om te ontdekken op welke manier hij op zijn boerderij een goed resultaat bereikt. ‘Zulke veranderingen vragen tijd en aandacht van de boer en het zal niet iedereen liggen,’ zegt Migchels. Hij roept de boeren op ermee aan de slag te gaan omdat het een grote bijdrage levert aan het stikstofprobleem, zonder dat het gelijk miljarden kost.

Laden…

Word abonnee en lees direct verder

Al vanaf € 9,- per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van EW. Bekijk onze abonnementen.

Verder lezen?

U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van EW blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

Bekijk abonnementen

Er ging iets fout

Uw sessie is verlopen

Wilt u opnieuw

Premium Corner

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.