De onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en het ayatollah-regime zijn al 47 jaar een ritueel van zelfbedrog: Teheran belooft, liegt en wacht tot het weer kan toeslaan. Nu staat Trump voor de keuze: opnieuw praten of eindelijk handelen en de Iraanse bevolking werkelijk steunen, schrijft Afshin Ellian.
Een zinloze ronde is weer begonnen. Vele presidenten gingen Donald Trump voor in hun vurige verlangens om met onderhandelingen de relaties met het Iraanse regime te verbeteren: president Jimmy Carter aanvaardde al in februari 1979 het regime van de ayatollahs, voordat zij de macht überhaupt in handen hadden.
Een jaar daarna bezetten de aanhangers van het regime de Amerikaanse ambassade en gijzelden de diplomaten.
Amerikaanse illusies over de ayatollahs
In de jaren tachtig gaf president Ronald Reagan het regime wapens en wapenonderdelen om het gedrag van Teheran te veranderen.
Maar ook Reagan was te optimistisch toen bleek dat de Islamitische Revolutionaire Garde met toekomstige Hezbollah-groeperingen dodelijke bomaanslagen op Amerikanen in Libanon en elders liet plegen.
President Bill Clinton liet ook gesprekken voeren met ayatollahs en zijn opvolger George W. Bush liet zijn militairen in Irak de milities van Iran vriendelijk behandelen. Uiteindelijk brachten de Iraanse milities vele Amerikaanse soldaten om het leven.
Barack Obama spande de kroon: de nucleaire deal, de afschaffing van een aantal sancties en miljoenen dollars voor de ayatollahs. Khamenei werd daarna alleen maar sterker in de regio. Van praten en onderhandelen werden de ayatollahs niet moe.
Hoe de ayatollahs Trump om de tuin willen leiden
Nu is de beurt aan president Donald Trump om te onderhandelen met de ayatollahs. Trump wil hen dwingen om het bereik en de productie van ballistische raketten te verminderen, te stoppen met het nucleaire project (het verrijken van uranium) en geen steun te bieden aan proxy’s zoals Hebollah in Libanon en de Houthi’s in Jemen.
Lees ook | Europa noemt de Islamitische Revolutionaire Garde terroristisch, en nu?
Aan twee van de drie eisen zou het regime kunnen voldoen, gelet op hun angst voor de voortzetting van de volksrevolutie: stoppen met het nucleaire project, en het stoppen van de steun aan proxy’s.
Maar het nucleaire project zullen ze dan hervatten op de dag dat Trumps opvolger wordt beëdigd. Ook zouden ze met behulp van Noord-Korea een aantal kernkoppen kunnen importeren.
En de proxy’s? Niemand is in staat om de financiële en militaire steun aan proxy’s te controleren. Het zijn clandestiene operaties. De onderhandelingen leveren dus niets op. Zelfs als de Iraanse leider Ali Khamenei alles toegeeft, is dat een tijdelijke oplossing van drie jaar. En in die periode kan hij verder afrekenen met zijn bevolking.
De problemen voor Khamenei en Trump
Khamenei kampt wel met twee grote problemen. Niemand weet precies hoe president Trump denkt en hoe hij gaat handelen. Ook moet Khamenei de gevolgen beheersen van de massaslachting onder de demonstranten tegen het regime, van wie liefst tienduizenden moeten nog worden begraven.
Los van wat Trump denkt of doet, heeft Khamenei een groot probleem met de door hemzelf gecreëerde catastrofe in Iran.
President Trump en zijn staf zijn bang voor een Irak-scenario waardoor de Verenigde Staten weer een oorlog worden ingezogen zonder uitzicht op overwinning. Vicepresident JD Vance noemt zichzelf een lid van de ‘Irak-generatie’.
Lees ook | Eindelijk: moorddadige Islamitische Revolutionaire Garde op Europese terreurlijst
Vance was tijdens de Irakoorlog een marinier, maar heeft nooit in Irak hoeven dienen, en toch heeft hij een trauma opgelopen. Dat kan, maar het blijft een absurde argumentatie om het een met het ander te vergelijken, omdat het in het geval van Iran niet om een invasie gaat.
De echte reden voor de Amerikaanse terughoudendheid is de bezorgdheid bij de oliestaten. Zij zijn bang dat Khamenei de uitvoer van olie uit de Perzische Golf voor een paar weken onmogelijk gaat maken.
Amerika staat voor dilemma
Tot dergelijke sancties is Khamenei wel in staat. Maar dat is niet het grootste onbeheersbare probleem. In werkelijkheid zijn de Verenigde Staten bang voor een democratische revolutie in Iran. De gevolgen daarvan zullen namelijk niet beperkt blijven tot Iran.
Khamenei heeft alle rode lijnen overschreden. Hij is de kapitein van een moordmachine, met doden en martelen moet hij zijn heerschappij zien voort te zetten.
Het is niet de Islamitische Republiek, maar Trumps Amerika dat nu voor een onvermijdelijke keuze staat: vernietiging van het ayatollah-regime versus de terugtrekking van Amerikaanse militairen.
Lees ook | Is een Amerikaanse aanval op Iran onvermijdelijk?
Khamenei heeft hem de uitweg geboden: onderhandelingen voor een fopspeen. Hij heeft immers ook de Arabische landen achter zich, en Turkije. Bovendien weet hij dat deze oorlog een paar weken zou duren en dat Trump zijn best moet doen om de Iraanse bevolking in beweging te krijgen.
De keuze van Trump
Het was Trump die tegen de Iraniërs zei: ‘Help is on its way.’ Er gebeurde daarna niks. Intussen liet Khamenei op 8 en 9 januari binnen 24 uur tienduizenden mensen afslachten.
Trump hoeft niet te wanhopen. Als hij daadwerkelijk acties onderneemt om de demonstranten en hun leiders in en buiten Iran te helpen, kan hij het vertrouwen van de Iraniërs terugwinnen. Maar die steun moet tastbaar en groot zijn.
Veiligheidsdienst CIA en Israël hebben Trump voorzien van uitvoerbare opties voor de steun aan demonstranten. Nu is het de vraag welk pad Trump gaat bewandelen.
