De verdeling van het budget dat het demissionaire kabinet heeft uitgetrokken om de bereikbaarheid van nieuwe wijken te realiseren leidt tot onvrede in delen van het land. Vier provincies – Groningen, Friesland, Drenthe en Zeeland – krijgen samen iets meer dan 1 procent van de 1,3 miljard die hiervoor beschikbaar is. ‘Hoe kun je dan nog zeggen dat iedere regio telt?’, vraagt Michel Rietman, wethouder van gemeente Südwest-Fryslan zich af. Op 26 januari was er een commissiedebat over de verdeling.
De regeling Woningbouw op Korte Termijn is onderdeel van de landelijke ambitie om 100.000 woningen per jaar te bouwen. Er is 2,4 miljard euro beschikbaar voor investeringen in woningbouw en infrastructuur. Daarvan is 1,3 miljard bedoeld voor de aansluiting van nieuwe woningen op de infrastructuur. Dat bedrag werd afgelopen november verdeeld over de gemeenten.
De provincies Groningen, Friesland, Zeeland en Drenthe kunnen – bij elkaar opgeteld – slechts rekenen op 1,2 procent van het bedrag. Noord-Holland krijgt de meeste steun: 23 procent.
‘Een lachertje,’ vindt wethouder Michel Rietman van de gemeente Súdwest-Fryslân. Het voorstel van zijn gemeente werd afgewezen. ‘Hoe kan ik aan mijn inwoners uitleggen dat elke regio telt, als het geld steeds naar de Randstad gaat?’
Andere prioriteiten
Dat beeld behoeft wel enige nuance, stellen de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en Infrastructuur en Waterstaat in een gezamenlijke reactie. Zij benadrukken dat een aanzienlijk deel van de middelen ook naar gemeenten buiten de Randstad gaat.
In het toekenningsoverzicht is te zien dat Gelderland bijvoorbeeld 21 procent van de subsidies ontvangt. Aan Noord-Brabant is 16 procent toegekend.
‘De hoofddoelstelling van het kabinet is om zoveel en zo snel mogelijk woningen te bouwen,’ zegt Robin Middel, woordvoerder van het ministerie van VRO.
‘Daarom is er prioriteit gegeven aan de voorstellen met het grootste effect op het hoofdwegennet en aan de voorstellen die de meeste woningen per geïnvesteerde euro kunnen realiseren. Vervolgens hebben de bewindspersonen gewogen op voldoende regionale spreiding. Dit heeft nog geleid tot een aanpassing in het voordeel van Zeeland.’
Structureel achtergesteld
Dat klinkt ergens logisch, vindt ook de Friese wethouder Rietman, maar pakt volgens hem structureel nadelig uit voor de regio.
‘Het rendement is in een plattelandsgemeente als de onze altijd lager. We hebben 90.000 inwoners in de gemeente, verdeeld over 89 steden en dorpen. Dat weegt niet op tegen gemeenten met steden van 100.000 inwoners. Dat neemt niet weg dat we voor dezelfde uitdagingen staan. Ook Súdwest-Fryslân wil graag investeren in infrastructuur, leefbaarheid en verkeersveiligheid.’
Het samenwerkingsverband Regio Groningen-Assen was betrokken bij zes aanvragen in de provincies Groningen en Drenthe. Daarvan werd er één toegekend.
Ook bij de aanvragen van het samenwerkingsverband was de hoogte van het rendement de voornaamste reden voor afwijzing. Pascal Roemers, voorzitter van de Regio Groningen-Assen, geeft aan teleurgesteld te zijn: ‘Er is heel veel tijd en werk gestoken in de aanvragen die we hebben gedaan. Als je dan ziet dat in de noordelijke provincies, slechts een aanvraag per provincie is toegekend, dan vraag je je inderdaad af of elke regio even zwaar meetelt.’
Oneerlijke systematiek
Tweede Kamerlid Habtamu de Hoop (GroenLinks-PvdA) noemt de verdeling bezwaarlijk. Hij hoopt in het debat van 26 januari inzicht te kunnen krijgen in de besluitvorming. ‘Hoe kan het dat er niemand op de rem trapt, als je ziet dat er in verhouding zo weinig geld naar vier provincies gaat?’ vraagt hij zich af.
‘Ik begrijp dat er wordt gestreefd naar zo snel en zoveel mogelijk bouwen, maar wanneer de gehanteerde systematiek zo negatief uitpakt voor de regio moet je bijsturen. Het is bekend dat de leefbaarheid in verschillende regio’s achteruitgaat. Verdelingen als deze vergroten ongelijkheid.’
Wethouder Rietman hoopt dat de overheid haar toewijzingscriteria eens kritisch onder de loep neemt. ‘We vragen geen voorkeursbehandeling, maar wel een eerlijke weging van regionale verschillen. Het huidige, kwantitatieve beleid werkt in het voordeel van de drukkere regio’s. Als dat de systematiek blijft, maken gemeenten als de onze altijd minder kans.’
