De politiek negeert pensioen in het AOW- en box 3-debat

Beeld: ANP.

Het minderheidskabinet wilde de AOW-leeftijd sneller laten stijgen. Dat plan lijkt in de ijskast te belanden, maar het gevolg is dat de rekening elders moet worden betaald, schrijft Stefan Tax, lobbyist familiebedrijven en partner bij Meines Holla & Partners.

Tegelijkertijd wordt box 3 opnieuw aangepast en klinkt in progressieve politieke kringen en delen van de media vaker de roep om vermogen nog zwaarder te belasten. De redenering is bekend: verlaag de belasting op arbeid en laat vermogen meer bijdragen.

Maar in dat debat ontbreekt een opvallende categorie.

Pensioenvermogen blijft buiten beeld

Nederlandse pensioenfondsen beheren ongeveer 1.700 miljard euro (CBS, februari 2026) – grofweg de helft van al het particuliere vermogen in Nederland. Toch speelt dit vermogen geen rol in discussies over vermogensbelasting. Het politieke debat richt zich volledig op box 2 en box 3: ondernemingsvermogen, beleggingen en spaargeld.

Het pensioenvermogen blijft buiten beeld. Tegelijkertijd worden ondernemingsvermogen en privévermogen steeds zwaarder belast.

Fiscale uitzonderingspositie

Dat is opmerkelijk, want juist het pensioenvermogen kent een uitzonderlijke fiscale behandeling. Pensioenpremies zijn aftrekbaar via de omkeerregeling. Rendementen binnen pensioenfondsen worden niet belast met winstbelasting. Over het opgebouwde vermogen zelf is geen jaarlijkse heffing zoals in box 3.

 

De meest recente cijfers van het ministerie van Financiën laten zien dat de fiscale subsidie voor pensioenen flink is opgelopen en dit jaar uitkomt op 23 miljard euro. Volgens berekeningen in ESB en analyses van het Instituut voor Publieke Economie behoort Nederland daarmee tot de landen met de meest royale fiscale stimulering van pensioensparen.

Juist omdat in het publieke debat regelmatig wordt gepleit voor een verschuiving van lasten van arbeid naar vermogen, is het opmerkelijk dat dit grootste vermogensbestanddeel in het politieke debat volledig wordt genegeerd.

Ondernemerskapitaal onder druk

Dat is des te opvallender omdat juist ondernemingsvermogen de afgelopen jaren zwaarder is belast. De belastingdruk in box 2 is in korte tijd met ongeveer 24 procent gestegen..

Veel ondernemers bouwen hun pensioen niet op in een collectief fonds, maar via hun eigen onderneming of via privévermogen. Juist dat vermogen valt wél onder box 2 of box 3 en wordt dus direct geraakt door hogere belastingen. Het contrast met het volledig ontziene pensioenvermogen is groot.

Ondernemersvermogen is bovendien geen abstract kapitaal. Het is het geld waarmee bedrijven investeren, risico nemen en banen creëren. 

Bovengemiddeld deel van ambtenaren

Het grootste pensioenfonds van Nederland is ABP, het fonds voor ambtenaren en werknemers in de publieke sector. Juist in deze sector is het opgebouwde pensioenvermogen gemiddeld hoog en vormt het een bovengemiddeld deel van het totale pensioenvermogen.

Dat maakt het politieke en ambtelijke stilzwijgen over pensioenvermogen des te opmerkelijker. Terwijl in discussies over vermogensbelasting alle aandacht uitgaat naar box 2 en box 3, blijft dit grootste vermogensbestanddeel buiten beschouwing.

Ongelijkheid en statistiek

Ook in discussies over vermogensongelijkheid speelt pensioenvermogen een belangrijke rol.

De Zweedse econoom Daniel Waldenström wijst erop dat landen als Nederland historisch gezien welvarender en in meerdere opzichten gelijker zijn dan vaak wordt aangenomen, mede dankzij breed opgebouwde collectieve vermogens zoals pensioenen. Het CBS laat eveneens zien dat vermogensverschillen tussen huishoudens aanzienlijk kleiner worden wanneer pensioenopbouw wordt meegerekend.

Andere economen, zoals Thomas Piketty, benadrukken juist dat vermogensongelijkheid kan toenemen wanneer het rendement op kapitaal structureel hoger ligt dan de economische groei. In veel van die analyses wordt pensioenvermogen echter niet of slechts beperkt toegerekend aan huishoudens, waardoor het beeld van ongelijkheid aanzienlijk kan veranderen.

Principieel tegen vermogensbelasting

Laat één punt helder zijn: ik ben geen voorstander van vermogensbelasting als zodanig.

Economisch gezien is het veel logischer om daadwerkelijk gerealiseerde winst te belasten dan vermogen zelf of papieren waardestijgingen. Vermogen vormt immers het kapitaal waarmee wordt geïnvesteerd, geïnnoveerd en geproduceerd. Structurele vermogensbelastingen kunnen investeringen afremmen en uiteindelijk economische groei schaden.

Maar zolang progressieve partijen, opiniemakers en ambtenaren pleiten voor hogere belastingen op vermogen, is het wel zo eerlijk om duidelijk te maken welk vermogen wordt bedoeld.

Opbrengst: 17 miljard euro per jaar

Er zijn verschillende manieren denkbaar om pensioenvermogen, of het rendement daarop, beperkt te betrekken bij de belastingheffing. Denk bijvoorbeeld aan een lichte heffing met een effectieve opbrengst van ongeveer één procent van het totale pensioenvermogen. Bij een omvang van circa 1.700 miljard euro zou dat ruwweg 17 miljard euro per jaar opleveren.

Volgens de fiscale sleuteltabel 2026 van het ministerie van Financiën ligt een verlaging van alle tarieven in de inkomstenbelasting met bijna tien procent in dezelfde budgettaire orde van grootte. Met andere woorden: de opbrengst zou voldoende kunnen zijn om de AOW-leeftijd niet verder te verhogen én tegelijkertijd de belasting op arbeid te verlagen.

Debat mist deel van de werkelijkheid

Een veelgehoord tegenargument is dat pensioenvermogen uitgesteld loon is en daarom anders behandeld moet worden dan vrij belegd vermogen.

Dat argument verdient serieuze overweging. Tegelijkertijd is ook vermogen in box 3 doorgaans opgebouwd uit eerder belast inkomen.

Lees ook: Pensioenfondsen overgestapt naar nieuw stelsel: veertigers en vijftigers lopen mogelijk compensatie mis

De vraag is daarom niet of pensioenvermogen bijzonder is, dat is het. De vraag is of die bijzondere positie rechtvaardigt dat dit grootste vermogensbestanddeel volledig buiten het debat over draagkracht blijft.

Zolang het pensioenvermogen buiten beschouwing blijft, gaat het vermogensdebat niet over het hele vermogen van Nederland, maar over een zorgvuldig geselecteerd deel ervan. Het Nederlandse vermogensdebat mist zolang het pensioenvermogen wordt genegeerd de helft van de werkelijkheid.