Pays-Bas, zero points: Eurovisie Songfestival 2026 laat Nederland zien welke prijs het betaalt voor wegblijven

De winnaar van Eurovisie Songfestival 2025. Nederland doet dit jaar niet mee. (Foto: Getty)

Eurovisie is de jaarlijkse muzikale stresstest voor Europese verdraagzaamheid. Door niet mee te doen, onttrekt AVROTROS Nederland aan die oefening. Nieuw is het morele theater bij het afhaken, betoogt Songfestival-kenner Tom Mikkers in een ingezonden opinie.

Het officiële uitgangspunt van het jaarlijkse liedjesfestival is helder: geen openlijke partijpolitiek, geen religieuze propaganda. Dat principe is geworteld in de naoorlogse puinhopen van een continent dat wanhopig zocht naar manieren om in vrede samen te leven. United by Music is geen slogan, maar een ambitie: één avond per jaar oefenen in samenleven.

Wie terugbladert in de geschiedenis ziet dan ook niet alleen een onschuldig glitterfestijn. In 1961 won Luxemburg met Nous les amoureux, een verhulde ode aan liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht, in een tijd dat homoseksualiteit in verschillende landen nog strafbaar was.

Israëls Songfestival-debuut als echo van Europese geschiedenis

Toen Israël in 1973 voor het eerst meedeed, was dat een beladen moment. Een land met als missie een veilige plaats voor Joden, op een liedjesfeest op het continent waar drie decennia daarvoor 6 miljoen Joden waren vermoord. Dat klonk ook door in 1983 bij het festival in München – de stad waar tien jaar eerder Israëlische sporters waren vermoord – toen het liedje Chai klonk: Am Israel chai: Israël leeft.

In 1998 kwam Israël met nog iets wat het festival voorgoed zou veranderen: Dana International, Israëlische zangeres en transvrouw, won. Ondanks zwaar protest uit de orthodox-joodse gemeenschap in eigen land, stond ze daar.

Het Songfestival kwam daarmee uit de kast als podium voor lhbti+-emancipatie. Nederland vond het prachtig. In datzelfde jaar werd de winnende inzending uit Israël het officieuze volkslied van de Gay Games in Amsterdam. De Queers voor Palestine waren nog niet in de verste verten te bekennen.

Het Songfestival als podium voor pijnlijke geschiedenissen

Ook in 2016, toen Jamala met 1944 aandacht vroeg voor het lot van de Krim-Tataren, werd het podium gebruikt om een pijnlijke geschiedenis hoorbaar te maken. Het festival is dus nooit apolitiek geweest. Het was een podium waar we elkaar ondanks alles toch wisten te vinden.

Tegen die achtergrond is het besluit van AVROTROS om vanwege Israël af te haken riskante symboliek. De Europese geschiedenis van antisemitisme klinkt erin door.

Eeuwenlang was de onderstroom dezelfde, ook al was de verpakking anders: eerst mochten Joden niet bestaan omdat ze de verkeerde religie hadden, daarna hadden ze het verkeerde ‘ras’, nu lijken ze het verkeerde land te hebben.

Wegdrukken van Israël: een terugkerend patroon in Eurovisie

Steeds gaat het over bestaan of niet-bestaan. Nederland schuift ongemerkt op naar een positie waarin Israël mag worden geghost tot het vanzelf uit beeld verdwijnt, zoals eerder bij Arabische landen die afhaakten vanwege Israël.

Tunesië wilde in 1977 meedoen, maar zette deelname niet door. Marokko verscheen één keer op het podium, in 1980 in Den Haag – toen Israël afzag van deelname – maar loste daarna weer op in het antizionistische niets.

En Libanon liet in 2005 – met de keuze voor lied en zangeres al in het vizier – deelname varen omdat het land niet samen met Israël in beeld wilde verschijnen.

Hoe geopolitiek steeds nadrukkelijker het Eurovisiepodium binnendrong

De uitsluiting van Rusland in 2022 bracht het festival dichter bij de geopolitiek. Het rommelde al veel eerder tussen Oekraïne en Rusland op het festival, lang voordat de Russische tanks de grens overstaken.

In 2007 zong Verka Serduchka voor Oekraïne Lasha Tumbai: zogenaamd officieel Mongools voor ‘slagroom’, door heel Europa gehoord als ‘Russia goodbye’. Met de kennis van nu is ook een intervalact in Moskou in 2009 veelzeggend: een roze tank, een plastic straaljager en een groot militair koor met popband dat You’re Not Gonna Get Us brulde.

Voor Israëliërs en Joden geldt geen uitspreekplichtVuelta

Naar het artikel
Meer van Matthijs van Schie

Het Songfestival balanceerde altijd op het slappe koord tussen entertainment en bittere werkelijkheid. En precies daarin zat de kracht: aan één avond televisie kon je zien in hoeverre de Europeanen nog samen door één deur konden.

Het Songfestival als jaarlijkse stresstest voor Europese verdraagzaamheid. Door niet mee te doen, onttrekken we ons aan die oefening.

Eurovisie Songfestival: van pragmatisch wegblijven naar moreel theater

Nu komt wegblijven in de geschiedenis van het Songfestival vaker voor. Soms om triviale redenen: Denemarken bleef jarenlang weg omdat het songfestival de directeur van de Deense omroep muzikaal niet kon bekoren.

Nieuw is dus niet het wegblijven. Nieuw is het morele theater. Toen Oostenrijk in 1969 niet naar Spanje ging vanwege Franco, heette het officieel dat er geen geschikt liedje was gevonden. Die terughoudendheid is verdwenen.

Direct na de EBU-vergadering – Israël mocht gewoon meedoen – stond de directeur van AVROTROS voor de camera: Nederland zou niet meedoen, ‘en met mij nog een aantal andere landen. Dat heeft alles te maken met de waarden waarvoor wij staan en dan kan ik niet anders.’

De morele omzwaai van AVROTROS

De AVROTROS-directeur als 21ste-eeuwse Maarten Luther: hier sta ik, ik kan niet anders. Directeur Taco Zimmerman brak hier niet alleen met het Songfestival, hij brak met het kernideaal van zijn eigen omroep: er zijn voor iedereen.

AVROTROS staat niet langer in de rekkelijke vrijheid, maar in de precieze waarheid, en draagt dat ideaal met verve uit. Taco Zimmerman maakte er een existentiële getuigenis van: alleen met gelijkgezinden wil hij op een Europees podium staan. Dat is nieuw, en het geeft te denken dat dit activisme pas aan de oppervlakte komt nu het Israël betreft.

Deelname van dictatuur Wit-Rusland of meedoen aan het Songfestival in autoritair Azerbeidzjan leidde niet tot gewetensnood bij AVROTROS. In 2012 zong Joan Franka met Indianentooi opgewekt in Baku het liedje You and Me naar de onderste regionen van het eindklassement in een Eurovisie Arena waarvoor een hele wijk had moeten wijken en mensen dakloos waren geworden.

Van Europese gemeenschap naar morele bubbel

Europa heeft Eurovisie nodig. Het festival is opgericht voor de vrede. Je zou hopen dat de NPO in tijden van oorlog juist de noodzaak ervan inziet. De wereld is namelijk geen zorgvuldig uitgebalanceerde afspeellijst van gelijkgestemden, maar lijkt eerder op een chaotische Spotify-playlist waarin Bach naast techno belandt, Oekraïne naast Rusland, en Israël liefst naast Arabische landen.

Misschien is dat de vraag waarvoor we nu staan: durven we nog deel uit te maken van een rommelige gemeenschap, of willen we alleen nog moreel keurige bubbels? In andere discussies – over defensie, klimaat, migratie – zie je hetzelfde patroon.

We hunkeren naar overzichtelijke kuddes, naar heldere lijstjes met daders en slachtoffers, goed en kwaad. Het Songfestival is de A12 geworden, dit keer geblokkeerd door AVROTROS – ‘de omroep voor ons’ – dat de betekenis van de A in zijn naam beter kan vervangen: van algemeen in activistisch.

Het wankele argument van AVROTROS om niet mee te doen

Het zou de publieke omroep – als pleitbezorger van diversiteit – sieren als er een andere omroep naar voren had mogen stappen die het belang van meedoen wél had in gezien. Het besluit van AVROTROS wordt in Nederland immers niet gedragen door een Noord-Koreaanse meerderheid.

Opvallend is ook het argument van de omroep dat het heel ingewikkeld is om een liedje van drie minuten in te zenden. Alsof het gaat om een ruimtereis die jaren studie en voorbereiding vraagt. Bovendien: deelnemen is toch belangrijker dan winnen? Sjalalie sjalala in 2010 was toch ook geen hoogvlieger?

De neutraliteit van de NOS als doorgeefluik van het Songfestival in 2026 is een noodoplossing die geen recht doet aan de veelkleurigheid van het publieke bestel. Het is ook nog eens onverstandig gezien de bezuinigingen en de politieke vragen over belang en omvang van de publieke omroep.

Hoe een verbindend volksfeest een morele splijtzwam werd

Het Eurovisie Songfestival is naast de grote sportevenementen misschien wel het enige programma dat families, appgroepen en buren bij elkaar brengt voor de buis.

Eurovisie Songfestival werkt helaas allesbehalve verbindendEurovisie Songfestival

Naar het artikel
Meer van Gerry van der List

Cafés hangen schermen op, pleinen stromen vol en de bejubelde verbinding die de NPO zo graag claimt, speelt zich hier daadwerkelijk af: mensen worden bij elkaar gebracht, ook als ze elkaar kwijt dreigen te raken.

De NPO en AVROTROS beslissen anders. Dit jaar wordt er niet gezongen door Nederland in Wenen, er hangen geen Nederlandse slingers en wie dit wel had gewild, kan een morele reprimande krijgen.

Het vergeten Eurovisie-verleden dat Nederland juist zou moeten koesteren

AVROTROS en NPO kijken weg van het Eurovisie-verleden en dat is buitengewoon verdrietig. De woorden van Duncan Laurence, ‘This is to music first… always’ bij de Nederlandse winst in 2019 hebben hun kracht verloren.

Maar het gaat niet alleen over de Nederlandse winst in 2019, in Israël waar de AVROTROS-delegatie juichend op het podium in Tel Aviv de trofee in ontvangst nam. Het doet ook vooral denken aan het liedje waarmee de geschiedenis van het Songfestival zeventig jaar geleden begon.

Bij het allereerste Songfestival in 1956 opende Nederland met De vogels van Holland, gezongen door Jetty Pearl, Joods, overlevende van de oorlog. Jetty Pearl maakte tijdens de oorlog al furore vanuit Londen als Jetje van Radio Oranje.

Wat Nederland verliest door niet meer naast elkaar te willen zingen

Zeventig jaar later zijn de Hollandse vogels gevlogen. De Nederlandse omroep kiest dit jaar voor het intieme huiskamerconcert van het eigen gelijk en denkt zo de vrede te bewaren.

Intussen waarschuwen Europese leiders, NAVO-chef Mark Rutte voorop, dat oorlog op ons continent geen theoretisch scenario meer is. Dat klinkt zwaar.

Maar misschien beginnen oorlog en vervolging eerder, op lichtere toon, op andere podia, en op het moment dat we besluiten niet meer naast elkaar te willen zingen. Wat 2026 ons brengt? Eén ding staat nu al vast: Pays-Bas, zero points.

Tom Mikkers is theoloog, songfestival-watcher en auteur van het boek Hallelujah Eurovision. De afgelopen jaren verzorgde hij commentaar op NPO Radio 1 bij het songfestival.