Alleen zo kan rechts-extremisme de wind uit de zeilen worden genomen

Beeld: ANP.

Enkel door weer waarde te hechten aan een gemeenschappelijke taal, cultuur en geschiedenis kan extreem-rechts worden ontwapend, schrijft Ivo van Donselaar in deze ingezonden opinie.

De Nederlandse driekleur staat sinds ­enkele maanden volop in de schijn­werpers. D66 baarde opzien door het uitgebreide vlagvertoon op partijbijeenkomsten tijdens de succesvolle verkiezingscampagne.

Het bleek voor de links-liberalen een succesvolle strategie om, zoals partij­leider Rob Jetten het noemde, ‘de vlag terug te claimen’. Het was een opmerkelijk contrast met het besluit dat de gemeente Uithoorn midden oktober nam. Zij weerde het rood-wit-blauw uit de openbare ruimte, omdat de vlag als ‘intimiderend’ kon worden ervaren.

Omarmen van de nationale driekleur?

Deze tegenstelling maakt duidelijk dat middenpartijen en bestuurders voor een belangrijke keuze staan: omarmen zij de Nederlandse vlag en alles wat daarmee samenhangt? De nationale driekleur symboliseert voor velen het gevoel te behoren tot een gemeenschap die al eeuwenlang een etniciteit met elkaar deelt.

Dat wil zeggen: een sociaal-culturele identiteit die is gebaseerd op afkomst, taal, cultuur en geschiedenis. Het gaat hier dus in geen geval om een biologisch-­raciale connotatie.

Sinds de opkomst van de Nederlandse natiestaat, begin negentiende eeuw, heeft deze specifieke combinatie van etnische kenmerken het ­Nederlandse zelfbeeld in belangrijke mate gevormd en de natievorming versterkt.

Deze etnische aspecten stonden tot diep in de twintigste eeuw ook nooit wezenlijk ter discussie. Te meer omdat Nederland, na de officiële afscheiding van het ‘verfranste’ België in 1839, lange tijd werd beschouwd als ‘etnisch homogeen’ en ‘zuiver Germaans’.

De onbetwiste voorouders van Nederlanders

Zeker tot de Tweede Wereldoorlog golden de ‘vrijheidslievende’ Germaanse stammen (Bataven, Franken, Friezen en Saksen) als onbetwiste voorouders van de inwoners van Nederland. De lange traditie van de veronderstelde typisch Nederlandse eigenschappen zoals vrijheidszin en individualisme, voerde volgens velen terug op deze ‘Germaanse voorvaderen’.

De bezetting en de raciale Germanen-ideologie van de (Duitse) nationaal-socialisten maakten logischerwijze een einde aan de bewieroking van de ‘Germaanse voorouders’. Het verzet tegen het naziregime tussen 1940 en 1945 beschouwde zich liever als erfgenaam van de Nederlandse Opstand onder leiding van Willem van Oranje tegen de Spaanse koning.

Deze gevoelde vanzelfsprekendheid van de ­eigen etnische kenmerken heeft ertoe geleid dat zij in binnenlandse politieke discussies tot de jaren tachtig slechts zelden werd benadrukt.

Het ‘terugclaimen’ van de Nederlandse vlag

Dat is nu wel anders. Het succes van Jettens strategie om de vlag ‘terug te claimen’ laat zien dat er onder Nederlanders een behoefte is om deze etniciteit juist uit te lichten. Een belangrijke oorzaak is dat de bestuurderspartijen het belang van deze etnische aspecten onvoldoende hebben erkend en (vooral ter linkerzijde) nog steeds niet, of slechts voorzichtig, erkennen.

Het is hoog tijd dat het politieke midden de lijn doortrekt die Rob Jetten in de campagne heeft ingezet

Zo werd de beheersing van de Nederlandse taal de afgelopen decennia veronachtzaamd. Niet alleen in de grote steden waar het Engels inmiddels de voertaal is, maar ook in het hoger onderwijs verdween de Nederlandse taal grotendeels ten gunste van het Engels.

Het Nederlandse zelfbeeld

Daarnaast lagen ijkpunten van de Nederlandse geschiedenis onder een vergrootglas. Standbeelden van ‘vaderlandse helden’ werden ter discussie gesteld en er kwam forse kritiek op onder meer de ‘Gouden Eeuw’, de periode die sinds de ontwikkeling van de Nederlandse natiestaat als één van de fundamenten gold van het Nederlandse zelfbeeld.

Het gezamenlijke geschiedverhaal werd vooral afgebroken, en in de plaats daarvan benadrukten diverse groepen in de samenleving hun eigen ervaring van het verleden.

Extreemrechts vindt cultuur en geschiedenis wél belangrijk

Het politieke midden heeft daarmee tot op de dag van vandaag onvoldoende oog voor het feit dat veel Nederlanders (en dit beperkt zich niet tot een kleine groep extreem-rechtse figuren) wél veel waarde hechten aan de gedeelde afkomst, taal, cultuur en geschiedenis.

En dat is zeer problematisch. Want of we het nu leuk vinden of niet: zolang de Nederlandse natiestaat in zijn huidige vorm bestaat, zullen deze etnische aspecten onvermijdelijk een rol van betekenis spelen.

Electorale opkomst van PVV en FVD

Het stelselmatig onderschatten en negeren daarvan zullen dit niet veranderen. Sterker, het heeft desastreuze gevolgen. Dat partijen die de Nederlandse ­etniciteit exploiteren en daarmee nieuwe Nederlandse bevolkingsgroepen uitsluiten – PVV en Forum voor Democratie (en in mindere mate BBB) – in de afgelopen jaren electorale zeges boekten, is geen toeval.

Extreme krachten aan de rechterkant, die niet zoveel ophebben met de democratie en de rechtsstaat, maken van deze nalatigheid dankbaar gebruik.

Lees ook: Wat gaat er verloren als de ‘Gouden Eeuw’ verdwijnt?

Het is daarom hoog tijd dat het politieke midden de lijn doortrekt die Rob Jetten in de campagne heeft ingezet. De middenpartijen zouden eindelijk de voorlopige onvermijdelijkheid moeten inzien van het feit dat deze gevoelens niet ­opeens, na eeuwen van cultivering, zullen verdwijnen.

Enkel door de waarde van deze etnische aspecten openlijk te erkennen, of in elk geval delen daarvan, wordt het mogelijk discussies over de Nederlandse etniciteit opnieuw te kanaliseren in het politieke midden.

Meer waarde hechten aan gezamenlijk verleden

Door weer waarde te hechten aan een gezamenlijk verleden en een gemeenschappelijke taal en cultuur kunnen deze etnische aspecten niet langer meer dienen om bevolkingsgroepen uit te sluiten. Integendeel, het biedt historische houvast waarop een nieuw gezamenlijk verhaal kan steunen. Alleen zo kan het rechts-extremisme de wind uit de zeilen worden genomen.

Ivo van Donselaar (29) is historicus en ­cotutelle-promovendus aan het Zentrum für ­Niederlande-Studien van de Universität ­Münster en de Radboud Universiteit Nijmegen. Is gastonderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Doet onderzoek naar de ideologie en de politieke omzetting van het pangermanisme in Nederland tussen 1880 en 1945, waarin ideeën over natievorming en ­etniciteit centraal staan.