Kapitalisme is goed voor de planeet en voor de mens

Als de scherpe kantjes er eenmaal af zijn geschaafd, en dat is in onze contreien zo, dan is kapitalisme beter voor de mensen, voor natuur, milieu en de planeet, schrijft Simon Rozendaal.

Bijna alles wat je op tv ziet, is onecht. Alle gesprekken zijn ingestudeerd. Politiek is gespeeld. Sport daaren­tegen is echt. Als Puck Pieterse bij het mountainbiken op zilver koerst en een lekke band krijgt, dan is dat hard en onrechtvaardig als het leven zelf. De tranen die ze huilt, zijn niet van ChatGPT.

Door de Olympische Spelen in Parijs dacht ik onwillekeurig terug aan Peking, 2008 waar ik voor dit weekblad was (als vervanger van sportverslaggever Hugo Camps, die niet mocht van zijn huisarts). Ook daar was de sport echt en indrukwekkend. De overmacht van Usain Bolt op de sprint, de debu­terende turner Epke Zonderland en zwemster Ranomi Kromowidjojo.

Ik was er drie weken en verbaasde me over het gebrek aan goede manieren in de Chinese Volksrepubliek. Het voordringen, het slurpen, dat vreselijke rochelen. Ik las in de biografie van Mao, geschreven door zijn lijfarts, dat de Grote Roerganger voortdurend aan zijn kruis krabde en zijn tanden nooit poetste, waardoor deze ietwat groen uitsloegen.

Ik vroeg me af of communisten misschien slechtere manieren hebben dan kapitalisten. Nou ja, bij wijze van knipoog. Ik ken door omstandigheden bovengemiddeld veel communistische en Chinese Nederlanders. Die hebben doorgaans blinkend witte tanden en rochelen bijna nooit. Ik nam contact op met Maghiel van Crevel, hoogleraar sinologie in Leiden. Die moest grinniken, maar vond dat er een kern van waarheid zat in mijn theorietje. ‘Mao had een afkeer van tafelmanieren. Die vond hij bourgeois en decadent. Hij was anti-elitair.’

Kapitalisme opnieuw ter discussie

Dat ik aan 2008 moest denken, komt mede doordat het kapitalisme opnieuw ter discussie staat. Winstbejag verwoest de planeet, zo zeggen veel milieubewuste types en wereldverbeteraars. Sommigen vinden zelfs dat we moeten streven naar degrowth, ontgroeien, en misschien toch weer het communisme zouden moeten omhelzen. Daarom wordt de milieubeweging wel met een watermeloen vergeleken: groen van buiten, rood van binnen.

In het alleraardigste zomernummer van dit blad stond een interview met de Zweed Johan Norberg, schrijver van The Capitalist Manifesto, die betoogt dat kapitalisme beter werkt dan de alternatieven. Zeg dat wel. In 1972 zag ik in de Sovjet-Unie een vrachtwagenchauffeur met een fietspomp de banden van zijn truck oppompen, en wist dat de theorie van communisme misschien dan wel verleidelijk is (‘Geen gezeik, iedereen rijk,’ aldus de Tegenpartij van Kees van Kooten en Wim de Bie) maar de praktijk bedroevend.

De milde variant van kapitalisme die wij hebben, is ook nog eens beter voor de planeet. Ik heb de Schotse data-onderzoeker Hannah Ritchie al vaker aangehaald in deze column, maar kan dat niet vaak genoeg doen. In Niet het einde van de wereld schrijft ze: ‘In rijke landen dalen de koolstofemissies, het energiegebruik, de ontbossing, het kunstmestgebruik, de overbevissing, plasticvervuiling, luchtverontreiniging en watervervuiling allemaal, terwijl deze landen nog steeds rijker worden.’

Socialer dan communisme

Hoe raar het misschien ook moge klinken, in zekere zin is ­kapitalisme zelfs socialer dan socialisme en communisme. De Franse filosoof en schrijver Voltaire schreef in de achttiende eeuw: ‘Ga naar de beurs van Londen en je ziet mensen van alle nationaliteiten samenwerken. Hier werken joden, mohammedanen en christenen samen alsof ze van hetzelfde geloof zijn.’ Deirdre McCloskey, emeritus hoogleraar economie aan de University of Chicago, stelde in haar boek The Bourgeois Virtues uit 2006 dat kapitalisme leidt tot betere verhoudingen tussen mensen. ‘De markt maakt betere mensen van ons. Wie iets wil verkopen, zal zich aan zijn medemens moeten aanpassen.’

Dat weet ik als zoon van een groenteboer. Een woord dat mijn vader veel gebruikte, was ‘gunnen’. Hij haalde zijn klanten het vel niet over de neus. Als iemand krap bij kas zat, kreeg hij of zij korting of werd het op een papiertje ‘nog te betalen’ genoteerd: ik heb nog een hele stapel van die papiertjes in een kast liggen, de meeste nooit geïnd. Hij wist dat wanneer je je klanten wat ‘gunt’, ze blijven terugkomen. Een win-winsituatie.

Als de scherpe kantjes er eenmaal af zijn geschaafd, en dat is in elk geval in onze contreien zo, dan is kapitalisme beter voor de mensen (en óf geld gelukkig maakt), voor de samenleving, voor natuur, milieu en de planeet.