D66, VVD en CDA wagen een riskant experiment – wat is een minderheidskabinet?

Gaat een minderheidskabinet wél werken? (Foto: ANP)

Jetten, Yesilgöz en Bontenbal zijn eruit: D66, VVD en CDA gaan een minderheidskabinet vormen. Wat is een minderheidskabinet, en kan deze regeringsvorm succesvol zijn?

Hoeveel zetels zijn er in de Tweede Kamer nodig voor een meerderheid?

Voor een meerderheid heb je de helft plus één zetel nodig in de Tweede Kamer. Er zijn 150 zetels, dus heb je voor een meerderheid 76 zetels nodig. Het demissionair kabinet-Schoof had bij aantreden 88 zetels. Een minderheidskabinet heeft niet meer dan 75 zetels.

Het aanstaande minderheidskabinet, bestaande uit D66, VVD en CDA, heeft 66 zetels en daarmee komen ze 10 zetels tekort voor een meerderheid.

Deze meerderheid is nodig om voorstellen door de Tweede Kamer te krijgen.

Dit minderheidskabinet zal dus bij alle voorstellen steun moeten krijgen van oppositiepartijen die (samen) minimaal 10 zetels hebben in de Tweede Kamer. Dat vraagt om overtuigingskracht van de coalitie en een constructieve houding van de oppositie.

Deze steun zal per onderwerp moeten worden afgewogen.

Voor een thema als klimaat is het logischer om steun te zoeken bij GroenLinks-PvdA, terwijl je voor het inperken van migratie bijvoorbeeld steun zou kunnen krijgen van BBB en JA21.

Lees ook | Jesse Klaver wil meer dan een linkse tussenpaus zijn

Kan het minderheidskabinet rekenen op steun van de oppositie?

Het minderheidskabinet zal wisselende steun vragen van de oppositie. De meeste partijen zeiden tegen informateur Rianne Letschert zich constructief tot de coalitie te verhouden en steun per voorstel af te wegen.

Oppositiepartijen van kabinet-Jetten

Geert Wilders steunt een minderheidskabinet niet. Op X zegt hij: ‘Hoe korter Jetten premier is hoe beter’.

Op 20 januari kondigden zeven PVV-Kamerleden aan zich af te splitsen van de partij van Wilders en verder te gaan onder de naam Groep Markuszower, met Gidi Markuszower als leider.

Groep Markuszower heeft aangegeven zich constructief te willen opstellen tegenover het minderheidskabinet. Jetten en Yeşilgöz zeiden ‘nieuwsgierig’ te zijn naar de koers van de nieuwe fractie. Deze kan een belangrijke optie worden voor kabinet-Jetten om een meerderheid in de Tweede Kamer te creëren.

De belangrijkste oppositiepartij voor het minderheidskabinet is GroenLinks-PvdA met 20 zetels. Partijleider Jesse Klaver had graag deel uitgemaakt van een meerderheidscoalitie, maar is gepasseerd.

Belang van oppositiepartijen

De positie van GroenLinks-PvdA in de oppositie wordt versterkt doordat de partij de meeste zetels heeft in de Eerste Kamer.

Nadat het minderheidskabinet het voor elkaar heeft gekregen een meerderheid te vinden voor een voorstel in de Tweede Kamer, zal dit ook een meerderheid moeten krijgen in de Eerste Kamer.

Rol Eerste Kamer bij minderheidskabinet

De Eerste Kamer heeft 75 zetels, dus voor een meerderheid zijn 38 zetels nodig. D66, VVD en CDA hebben samen 22 zetels, wat betekent dat ze 16 (!) zetels tekortkomen voor een meerderheid.

GroenLinks-PvdA heeft 14 zetels in de Eerste Kamer en is daarmee haast onmisbaar voor een meerderheid.

De BBB heeft 12 zetels en kan ook van belang worden voor het aankomende kabinet.

Ook voor de Eerste Kamer geldt dat het minderheidskabinet steun voor voorstellen per thema moet afwegen.

Lees ook | Waarom de Eerste Kamer beslissend is in de formatie

Hoeveel macht heeft een minderheidskabinet?

Bij het vormen van een kabinet sluiten de regerende partijen een Regeerakkoord. In dit akkoord worden alle plannen van het kabinet vastgesteld. Een kabinet kan ervoor kiezen om bepaalde thema’s of plannen niet mee te nemen in een akkoord, zodat er meer ruimte is voor debat in de Tweede Kamer.

Een minderheidskabinet kan bij elk plan in het Regeerakkoord debat verwachten, omdat het nog geen meerderheid aan steun heeft. Dit betekent dat de slagkracht van een minderheidskabinet een stuk minder is dan bij een meerderheidskabinet.

Een minderheidskabinet zal veel van de plannen in het Regeerakkoord moeten aanpassen naar de wensen van oppositiepartijen.

Dat kan zorgen voor een natuurlijkere, meer open manier van besluitvorming, maar ook voor teleurstelling bij de kiezers van de coalitiepartijen.

Meer dan bij een meerderheidskabinet dreigt dat de verkiezingsbeloftes niet kunnen worden waargemaakt.

Motie van wantrouwen als drukmiddel bij minderheidskabinet

Een groot drukmiddel dat de oppositie heeft, is een motie van wantrouwen. Voor deze motie heb je een meerderheid nodig, en die heeft de oppositie bij een minderheidskabinet.

Als zo’n motie wordt aangenomen, wordt een kabinet demissionair, met haast altijd verkiezingen tot gevolg.

De meeste oppositiepartijen zeggen niet de intentie te hebben om direct bij het begin van het minderheidskabinet gebruik te maken van deze optie.

Lees ook: Kabinet-Jetten krijgt te maken met enorme financiële uitdagingen

Waar haalt een minderheidskabinet ministers vandaan?

Normaal gesproken haalt een kabinet ministers uit de eigen fractie of uit het vakgebied, die namens de partij minister worden. Henri Bontenbal (CDA) zei bij een minderheidskabinet ook open te staan voor ministers uit de oppositie.

Coenradie

Een potentiële minister uit de oppositie is Ingrid Coenradie. Zij was als PVV-minister voor Justitie en Veiligheid populair.

Lees ook | Coenradie krijgt toch nipte meerderheid achter haar omstreden bajesbeleid

Na haar gedwongen aftreden stapte ze over naar JA21 van Joost Eerdmans. Die heeft vooralsnog aangegeven ministers uit zijn partij in een minderheidskabinet een ‘slecht idee’ te vinden.

Lees ook | JA21-lijsttrekker Joost Eerdmans: ‘Overheid moet daadkrachtig zijn, niet groter’

Heeft Nederland eerder een minderheidskabinet gehad?

Ja – Nederland heeft, ondanks dat het niet vaak voorkomt, eerder minderheidskabinetten gekend. Deze regeringsvorm was in het verleden niet erg succesvol. Eentje hield het slechts twee dagen vol.

Kabinet-Rutte I

Het kabinet-Rutte I (2010-2012) was een variant op een minderheidskabinet. De VVD en het CDA hadden samen 52 zetels.

Om tot een meerderheid te komen, sloten de partijen een gedoogakkoord met de PVV, waardoor het met 76 zetels precies een meerderheid had.

Het kabinet viel anderhalf jaar later vanwege de Catshuiscrisis: de partijen werden het niet eens over verdere bezuinigingen.

Kabinet-Colijn V

Een ander minderheidskabinet stamt uit 1939 en werd al na twee dagen op 27 juli weggestuurd. Het kabinet werd buiten partijen om gevormd door Hendrik Colijn en was zijn vijfde kabinet.

Het kreeg daarom de naam kabinet-Colijn V. De ministers kwamen uit de CHU en ARP, en er waren partijloze liberalen.

Het kabinet viel om de simpele reden dat de oppositie vond dat de plannen van het kabinet niet in het landsbelang waren.

In de formatie ontstond al veel onenigheid tussen Colijn en de katholieke partijen over actiever economisch beleid. Dit laat zien dat de formatie al een belangrijke fase is voor een minderheidskabinet.

Rob Jetten, Dilan Yesilgöz en Henri Bontenbal spreken in de aanloop naar de kabinetsvorming uitvoerig met de oppositiepartijen en experts.

De vorige minderheidskabinetten waren weinig succesvol, dus zal dit kabinet goed moeten luisteren naar alle adviezen.

Lees ook | Het CDA heeft veel last van ‘groeipijn’