Lokale partijen groeien in de peilingen. Versnippering? Columnist Zihni Özdil noemt het liever gezond verstand.
Als oud-volksvertegenwoordiger heb ik even getwijfeld of ik deze column wel zou schrijven. Maar mijn ergernis is groot genoeg om de boel er hier toch uit te gooien.
Zodra peilingen laten zien dat mensen massaal op lokale partijen stemmen, slaat de angst toe bij de babbelende klasse. ‘Versnippering!’, ‘Gedoe!’, ‘Niet meer werkbaar!’ roepen de Commentatoren des Vaderlands dan in koor. ‘Dan krijgen we nog meer partijen en wordt het besturen helemaal onmogelijk!’
Decentralisatie
Alsof we allemaal in dezelfde politieke supermarkt zouden moeten winkelen en verplicht een A-merk moeten kopen. En met deze sneer ben ik eigenlijk nog veel te mild. Laat me uitleggen waarom.
Eerst de feiten.
Zullen we samen even teruggaan naar 2015 en de jaren daarna? Toen besloot de landelijke politiek met een wijds gebaar dat gemeenten het voortaan maar moesten regelen. Jeugdzorg? Doen jullie zelf maar. Werk en inkomen? Regel het lokaal. Zorg voor ouderen en gehandicapten? Gemeenten, aan jullie de schone taak. En oh ja, jullie krijgen boven op al deze nieuwe taken ook nog eens steeds minder geld voor die taken.
Decentralisaties, heette dat mooi.
Geen ‘versnippering’, maar gezond verstand
En nu, ruim tien jaar later, zitten al die gemeenten met hun handen in het haar: hoe houden we de zorg betaalbaar? Terwijl ze ook nog eens die fietspaden moeten repareren, waarover Parool-journalist Tim Wagemakers onlangs sprak bij WNL’s In de Kantine op NPO Radio 1.
En dan gebeurt er iets wonderlijks. Mensen gaan stemmen. Niet op de gevestigde partijen die in Den Haag dit moeras hebben gecreëerd, maar op lokale partijen. Mensen van vlees en bloed die, in gewoon Nederlands, homegrown zijn. Met vaak ook nog eens een homegrown plan voor dat te smalle fietspad of die rommelige straat.
Volgens de landelijke elite in media en politiek is dat dus ‘versnippering’. Ik noem het liever gezond verstand.
Opkomst lokale partijen is hoopvol
De burger blijkt slimmer dan menige duider denkt. Terwijl de Haagse partijen elkaar in de haren vliegen met duizenden moties per jaar over thema’s die helemaal niet in de gemeenteraad thuishoren, denken gewone mensen: ‘Weet je wat? Ik stem op iemand die snapt hoe erg het is dat het pad bij de sloot niet genoeg verlicht is.’
Zo zijn ze in Weesp gefrustreerd omdat alles duurder wordt sinds hun fusie met Amsterdam. Logisch. Wagemakers heeft gelijk als hij bij WNL benoemt dat de kloof tussen bestuur en burger levensgroot is.
Maar juist daarom zouden de duiders moeten snappen dat de opkomst van lokale partijen zo hoopvol is.
Zoeken naar een alternatief
Het betekent dat mensen niet bij de pakken neerzitten. Dat ze niet denken dat stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen toch geen zin hebben. Integendeel. Ze zoeken naar een alternatief. Een lokaal gewortelde politiek die, bijvoorbeeld, wél snapt dat die nieuwe wijk niet nog meer beton moet krijgen.
Zo bezien zouden we een raad met twaalf of meer partijen en ergo ‘lastigere’ vergaderingen juist moeten vieren. Hoe meer partijen, hoe beter een afspiegeling van hoe Nederland eruitziet. Een land waar de een zich druk maakt om stikstof, de ander om zijn portemonnee en een derde om Palestina. Dat is geen ‘versnippering’. Dat is gewoon de werkelijkheid.
Lees ook: Minder geld en meer taken: waar haalt de gemeente haar geld vandaan?
Nee, pas als de burger denkt: ‘Het zal me allemaal worst wezen. Ik stem helemaal niet meer!’, en we dus mínder lokale partijen gaan zien, pas dan moeten we ons zorgen maken. Want dan is democratie een fragiel vaasje geworden. Dan belanden we in een soort eenpartijstaat van apathie.
Een kleurrijke lappendeken
Dus laat die lokale partijen maar groeien. Dat is óók decentralisatie. En dat wilden jullie toch zo graag in Den Haag? Liever een kleurrijke lappendeken van idealen in onze gemeenten dan een grauw doodskleed van onverschilligheid.
De kiezer is gewoon heel goed gaan snappen dat het lokale bestuur ertoe doet. Soms beter dan de bestuurders zelf.
En dat, dat is hoop.
