Domper voor Defensie – uitbreiden wordt juridisch moeilijker dan gedacht

Beelden: ANP.

In dit artikel

De feiten: Raad van State brengt advies uit over uitbreidingswet Defensie

Bronnen: EW, NOS

Bijna een jaar geleden informeerde toenmalig staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman (BBB) de Tweede Kamer over een nieuw wetsvoorstel: de Wet op de defensiegereedheid. Die wet moet het mogelijk maken om projecten van Defensie – zoals de bouw van kazernes en de uitbreiding van oefenterreinen – sneller te realiseren. Vandaag bracht de Raad van State advies uit over het wetsvoorstel.

Defensie bepleit voorrangspositie

Bij de presentatie van het wetsvoorstel betoogde Tuinman dat bestaande milieuregels, zoals stikstofnormen, natuurwetgeving en geluidsnormen, een belemmering vormen voor de grote uitbreidingsplannen van de krijgsmacht.

 

De wet is noodzakelijk om de krijgsmacht op korte termijn te kunnen uitbreiden. ‘Die wet zorgt ervoor dat in het grijze gebied tussen oorlog en vrede waar we nu in zitten, Defensie de ruimte heeft om bijvoorbeeld kazernes neer te zetten om te kunnen oefenen,’ zei Tuinman destijds tegen de NOS.

EW's visie: Defensie blij met advies, maar waarom is niet duidelijk

Door: Nard Lodewijk, redacteur defensie

Op het ministerie van Defensie heerste na publicatie van het advies blijkbaar een positieve stemming. Minister Dilan Yeşilgöz schreef op X:

‘De oorlog in Oekraïne laat zien hoe dichtbij de frontlinie is. Onze militairen moeten kunnen trainen en oefenen zonder dat ze last hebben van allerlei regels. De Raad van State is het hiermee eens.’

Dat is een wel erg optimistische lezing van het advies.

Adviesorgaan kraakt juridische route

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft inderdaad de doelstelling van het wetsvoorstel, namelijk het versterken van de gereedheid van de krijgsmacht en de weerbaarheid van de samenleving. Maar daar blijft het bij.

Juist over de manier waarop het kabinet dat wil bereiken, is de Raad van State kritisch. Het wetsvoorstel moet Defensie meer ruimte geven door – kortgezegd – de toepassing van milieuregels en procedures aan te passen. Bijvoorbeeld op het gebied van stikstof. Zo wil Defensie met deze wet ‘de stikstofdepositie ten gevolge van vliegbewegingen die samenhangen met gereedstellingsactiviteiten’ buiten beschouwing laten.

Habitatrichtlijn liet al veel plannen sneuvelen

Daar ziet het belangrijkste adviesorgaan van de regering weinig in. De Habitatrichtlijn ‘laat hiervoor geen ruimte’, oordeelt de Adviesraad. Die wet schrijft voor dat voor ieder plan of project dat mogelijk gevolgen heeft voor een natuurgebied een passende beoordeling moet worden gemaakt.

Bestaande jurisprudentie laat hier geen misverstand over bestaan. Onder de huidige – soms nogal frustrerende Europese wetgeving – is vrij weinig mogelijk. Met andere woorden: aan de Europese natuurregels valt niet te tornen. Wie die effecten toch negeert komt vroeg of laat de rechter tegen.

Ook de voorgestelde aanpassingen rond milieueffectrapportages roepen vragen op. De Raad van State stelt dat onvoldoende is gemotiveerd waarom bestaande uitzonderingsmogelijkheden niet volstaan en merkt op dat het buiten beschouwing willen laten van milieueffecten van defensieactiviteiten ‘problematisch’ is.

Eigenlijk blijft er weinig over van de wet

En zo zijn er meer onderdelen die niet ongeschonden uit het advies komen. Zo is de Raad van State kritisch op de extra bevoegdheden voor de minister om via een zogeheten ‘vangnetbepaling’ tijdelijk van bestaande wetgeving af te wijken.

Al met al laat de Raad van State weinig heel van het juridische instrumentarium waar de wet op is gebaseerd.

Daarnaast adviseert de Raad van State het kabinet het wetsvoorstel opnieuw in de ministerraad te bespreken. Volgens de Afdeling raakt de wet zoveel beleidsterreinen, dat bredere politieke afstemming nodig is en meerdere bewindspersonen uiteindelijk medeondertekenaar zouden moeten worden.

Verdere verdieping: Bouwen in overvol Nederland

Defensieprojecten lopen tegen dezelfde obstakels aan als andere grote projecten van maatschappelijk belang in Nederland. Daarbij gaat het vooral om bezwaarprocedures, problemen met netcongestie en milieuregels. Er zijn talloze andere partijen, zoals netbeheerder TenneT, woningbouworganisaties en Rijkswaterstaat, die al jaren proberen projecten te versnellen, maar worden geconfronteerd met lange en complexe trajecten.

Dergelijke infrastructurele projecten kosten vaak meer tijd in de voorbereiding en afstemming dan in de daadwerkelijke uitvoering. ‘Zeven jaar praten, drie jaar bouwen,’ is het credo bij netbeheerder TenneT.

Meer botsende belangen

De oorzaken liggen onder meer in de toenemende druk op de ruimte in een dichtbevolkt land waar belangen steeds vaker botsen. Hoewel er al instrumenten bestaan om projecten te versnellen, leiden die niet zelden tot een verschuiving van capaciteit in plaats van echte tijdswinst.

Tegelijkertijd groeit het maatschappelijk ongenoegen over de stagnatie van grote projecten. Het gevolg is dat steeds meer partijen proberen voorrang te claimen in de schaarse ruimte, terwijl de bestuurlijke en juridische werkelijkheid versnelling juist bemoeilijkt.

Daardoor wordt het realiseren van grote projecten, ook voor defensie, steeds ingewikkelder en tijdrovender – zeker wanneer iedereen op zijn eigen manier voorrang probeert te krijgen.