De Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie laat zien dat Washington zich inmiddels openlijk aansluit bij een denken met diepe wortels in Europa. Europese populisten zien de Europese Unie al jaren als een bedreiging voor nationale identiteit en soevereiniteit en de Amerikaanse regering neemt dat discours nu bijna letterlijk over, schrijft Paul Bosman, onderzoeker democratie, rechtsstaat en samenleving bij Socires, in deze ingezonden opinie.
De Europese Unie wordt in de strategie een ‘belemmering voor nationale identiteit, politieke vrijheid en Europees zelfvertrouwen’ genoemd, en de toekomst van Europa wordt samengevat als civilizational erasure – het einde van de Europese beschaving.
Ondertussen blijft in Europa het pleidooi klinken om van de EU een geopolitieke autonome macht te maken. Maar wie de afgelopen jaren goed heeft opgelet weet: die komt er niet. De verklaring is even simpel als sterk: de Unie is ontworpen om macht te delen, niet om één geopolitieke macht te vormen. De Europese Commissie zou het graag anders zien, maar dat wil niet vlotten omdat soevereiniteit verdeeld blijft over 27 hoofdsteden.
Soevereiniteitsparadox van de EU
Dat leidt tot wat hoogleraar Europese Studies Stefan Auer de soevereiniteitsparadox noemt: lidstaten hebben genoeg bevoegdheden overgedragen om niet langer autonoom te kunnen beslissen, maar tegelijk genoeg behouden om gezamenlijke strategieën te blokkeren. De EU is te gecentraliseerd voor nationale avonturen en te gedecentraliseerd voor één coherent machtspolitiek project.
De gedachte dat crises vanzelf tot verdere integratie leiden, is inmiddels door de werkelijkheid weerlegd. En wie denkt dat de Unie de natiestaten zal vervangen, miskent de architectuur: met 27 hoofdsteden die politiek-strategische beslissingen bepalen, blijft dat institutioneel wensdenken.
De Europese samenwerking werd niet gebouwd als geopolitiek instrument, maar als reactie op een tragisch verleden. Na 1945 lag de nadruk op vrede, stabiliteit en het voorkomen van nieuwe conflicten. Economische integratie en juridische verwevenheid maakten oorlog tussen lidstaten ondenkbaar. Dat project is uitzonderlijk succesvol, maar maskeert een beperking: er bestaat geen Europese politieke gemeenschap die machtspolitieke besluiten kan legitimeren.
De EU mist een centrum
Geopolitiek vereist soevereiniteit: het vermogen om beslissingen af te dwingen en met één mond te spreken. De EU heeft middelen en grote ambities, maar mist een centrum dat namens alle Europeanen kan besluiten. Lidstaten hebben soevereiniteit gedeeld, maar slechts tot het punt waarop hun nationale legitimiteit intact blijft. Zo ontstond een constellatie van 27 volkeren, dreigingspercepties en prioriteiten, waarin de Unie bij elk geopolitiek dossier opnieuw stuit op conflicterende belangen.
De lijst met voorbeelden is lang. De annexatie van de Krim in Oekraïne bracht geen diepgaande defensiesamenwerking. Brexit leidde niet tot nieuwe politieke integratie. De coronacrisis leverde slechts kortstondige financiële solidariteit op.
Zelfs twee administraties-Trump, die de EU openlijk bekritiseren, leidden niet tot een gezamenlijke defensie-industrie. En ook de Russische aanval op Oekraïne vanaf 2022 heeft de Unie niet veranderd in een geopolitieke actor met één strategisch beeld.
Populisten in parlementen en instellingen
Intussen is de electorale dynamiek in Europa ingrijpend veranderd. Populisten en nationaal-conservatieven zijn niet langer marginaal, maar structureel aanwezig in parlementen en instellingen. Zij zijn geen kanarie in de kolenmijn meer. Hun succes weerspiegelt het sentiment dat legitimiteit nationaal verankerd is, niet op een abstract Europees niveau. En inmiddels vinden zij steun bij ‘bondgenoot’ Washington.
Populistische partijen pleiten niet langer voor vertrek uit de EU, maar proberen haar van binnenuit te hervormen richting een Europa van nationale staten. Middenpartijen werken inmiddels samen met deze Eurosceptische fracties, wat soevereiniteitsoverdracht verder bemoeilijkt. Het politieke landschap maakt verdieping en verbreding van de Unie onwaarschijnlijk.
Dat alles leidt tot een ongemakkelijke conclusie: de EU is uitstekend in het creëren van vrede, stabiliteit en welvaart, maar niet in staat om één geopolitieke macht te vormen. Daarom verdient een alternatieve vorm van Europese samenwerking aandacht. Coalities van bereidwillige staten, buiten de EU-structuur, kunnen sneller handelen en verantwoordelijkheid nemen waar de Unie dat niet kan.
Spreiding van macht maakt geopolitieke integratie onmogelijk
Wie zich zorgen maakt over de veiligheid van Europa, moet erkennen dat de EU niet het geschikte instrument is: 27 lidstaten met 27 strategieën en belangen. Spreiding van macht verklaart het succes van de economische samenwerking; maar dezelfde spreiding maakt geopolitieke integratie onmogelijk. De EU zal nooit één geopolitieke actor worden.
Het signaal van populisten – hoe ongemakkelijk ook – is helder: legitimiteit en strategische besluitvorming blijven nationaal. Juist daarom moet Europa de blik verleggen van de onhaalbare machtspolitieke Unie, naar kleinere coalities van gelijkgestemden die bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen. Dáár ligt de enige reële kans op Europese slagkracht in een tijd waarin dreigingen groeien en Amerikaanse garanties afbrokkelen.
