feature

Tussen vriend en vijand de vrede bewaken

Europese leiders willen vredestroepen naar Oekraïne sturen, maar veel is nog onduidelijk. Luitenant-generaal buiten dienst Kees Matthijssen weet uit ervaring hoe vredesmissies slagen, maar ook hoe ze kunnen mislukken.

Het Russische leger vuurde in de nacht van donderdag 8 op vrijdag 9 januari een zogeheten Oresjnik-raket af op Oekraïne.

De hypersonische ballistische raket werd gelanceerd vanaf een ­basis in Kapoestin Jar, nabij de grens met Kazachstan, en legde een afstand af van bijna 1.500 kilometer voordat hij insloeg in Lviv – in het uiterste westen van Oekraïne, op amper 90 kilometer van de Poolse grens.

Bij de aanval overleden 4 mensen, 25 raakten (ernstig) gewond.

Escalatie in plaats van afkoeling

Dat Rusland bereid is dit soort wapens in te zetten, laat zien dat vrede nog ver weg is. De afgelopen weken lijkt er eerder sprake van een verharding van het conflict dan van een afkoeling. Over en weer worden zware aanvallen uitgevoerd.

In de nacht van 12 op 13 januari vuurde Rusland volgens Oekraïense autoriteiten nog bijna 300 drones, 18 ballistische raketten en 7 kruisraketten af op doelen verspreid over het land.

Europa kijkt vooruit naar een vredesmacht

Toch weerhoudt die realiteit vooral Europese leiders er niet van om vooruit te kijken. Al maanden wordt op het hoogste politieke niveau gesproken over de mogelijkheid van een internationale troepenmacht voor Oekraïne: een ‘vredesmacht’, een ‘afschrikkingsmacht’, of iets daartussenin.

In wisselende samenstellingen komt de zogeheten coalition of the willing – Nederland doet ook mee – bijeen. Europese grootmachten als Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland proberen een leidende rol te spelen, ter voorbereiding op een mogelijk vredesakkoord waarover Europa tot dusver nauwelijks mag meepraten.

Om relevant te blijven, loopt Europa op de zaken vooruit. Zodoende kwam op 6 januari het besluit: de Franse president Emmanuel Macron en de Britse premier Keir Starmer sturen militairen naar Oekraïne, zodra er een vredesakkoord ligt.

Verwoesting in Kyiv na een Russische drone-aanval, 9 januari
Verwoesting in Kyiv na een Russische drone-aanval, 9 januari.

Vage plannen, grote ambities

In hun gezamenlijke verklaring spreken Parijs en Londen over een troepenmacht die zowel moet ‘afschrikken’ als de vrede bewaken.

Gesproken wordt over de inrichting van ‘militaire hubs verspreid over Oekraïne’, en over ‘bewaakte faciliteiten voor wapens en militair materieel’. Maar hoe zo’n vredes- of afschrikkingsmacht er concreet uit moet zien, is verre van duidelijk. Daarbij is een belangrijke vraag: wat is een vredesmacht eigenlijk?

‘Vredesmacht’ is vooral een kapstokbegrip

De term ‘vredesmacht’ komt oorspronkelijk van de Verenigde Naties. ‘Maar het is vooral een kapstokbegrip,’ zegt Kees Matthijssen (64), luitenant-generaal buiten dienst bij de Koninklijke Landmacht.

Matthijssen is inmiddels met functioneel leeftijdsontslag, na een lange staat van dienst bij de krijgsmacht. Zo was hij onder meer commandant van de 11 Luchtmobiele Brigade en plaatsvervangend commandant van de volledige Landmacht. Matthijssen is diverse keren uit­gezonden. Ook op vredesmissies.

Over de term ‘vredesmissie’ is altijd discussie, zegt Matthijssen. ‘Bijvoorbeeld in Afghanistan. Oorspronkelijk waren we daar voor een opbouwmissie. Maar er moest ook worden gevochten.

Dus opbouwen, stabiliseren, de vrede bewaken: het zijn begrippen die aan een missie worden gehangen, maar het hangt altijd af van de omstandigheden, het dreigings-niveau en het mandaat.’

Drie typen VN-vredesmissies

Binnen de Verenigde Naties zijn er grofweg drie soorten vredesmissies: peacekeeping, robust peacekeeping, en peace enforcing.

Peacekeeping is de klassieke vorm van de vredesmissie zoals velen die kennen,’ zegt Matthijssen. ‘De bekende “blauwhelmen” zien toe op een vredesbestand tot er een definitieve politieke oplossing is.’

Hij noemt de nog altijd voortdurende VN-missie op Cyprus: ­UNFICYP. Die begon in 1964, na gewelddadige conflicten tussen Griekse en Turkse bewoners van het eiland. In VN-verband bewaken militairen uit diverse landen het vredesbestand.

Robust peacekeeping: bescherming met militaire middelen

Robust peacekeeping gaat een stap verder. Matthijssen: ‘Robuust betekent in deze context dat je adequate middelen hebt om invulling te geven aan een stevig mandaat, en om onschuldige burgers te beschermen tegen militair geweld.’

Vanaf januari 2022 was Matthijssen commandant van de robust peacekeeping-missie MINUSMA, in Mali. Daar voerde hij het bevel over 14.000 militairen uit 60 landen. ‘De situatie was behoorlijk dreigingsvol.

Ik had daarom bewapende helikopters en gepantserde voertuigen mee om onszelf te verdedigen. Niet om de vrede af te dwingen, maar wel om eventueel burgers te kunnen beschermen met militaire middelen.’

Vrede afdwingen: peace enforcing

Vrede afdwingen in VN-verband komt nauwelijks meer voor. De laatste zogeheten peace enforcing-missie dateert van begin jaren vijftig, in Korea. Matthijssen: ‘Toen is er echt gevochten in VN-verband, door onder meer de Verenigde Staten en ook Nederland, om Noord-­Korea – dat werd gesteund door China – terug te dringen, en Zuid-Korea te verdedigen.’

De Verenigde Naties besloten destijds om de vrede af te dwingen met militair ingrijpen. En daar ligt precies het grote verschil in de definities, zegt Matthijssen: ‘Bij peacekeeping ligt er al een akkoord van de betrokken partijen, bij peace enforcing moet dat er nog komen.’

Waarom een VN-missie in Oekraïne onwaarschijnlijk is

Niet elke vredesoperatie wordt uitgevoerd in VN-verband. En de kans dat het in de Oekraïne-oorlog gebeurt, is nihil. ‘Rusland heeft een veto in de ­VN-Veiligheidsraad,’ zegt Matthijssen. ‘Het zou mooi zijn als er een VN-resolutie komt. Maar zoals de vlag er nu bij hangt, is de kans heel klein.’

En dus moet de ­coalition of the willing zelf met een stevig mandaat komen op basis waarvan een dergelijke missie kan worden uitgevoerd. Dat is nog niet eenvoudig.

‘Rusland geeft geen centimeter toe. Poetin heeft bovendien meerdere keren duidelijk gemaakt dat de komst van Europese troepen naar Oekraïne onacceptabel is,’ zegt Matthijssen. ‘Dat betekent dat er geen klassieke vredesmacht zal komen, maar eerder een soort afschrikkingsmacht.’

Een stevig mandaat is cruciaal

Een dergelijke inzet vergt volgens hem een zeer stevig mandaat. ‘Dan moet je vooraf een heldere taakstelling formuleren: wat gaan we doen, wat willen we bereiken, hoe gaan we dat doen, en wat hebben we daarvoor nodig? Daar ontbreekt het op dit moment nog aan.’

Een dergelijk bestand handhaven is ingewikkeld, zeker in Oekraïne. ‘Dan moet je voortdurend de gehele confrontatielijn van ruim 1.000 kilometer in de gaten kunnen houden. Dat betekent een combinatie van grootschalige aanwezigheid op de grond, op strategische locaties, en uitgebreide waarnemingscapaciteiten vanuit de lucht. Je hebt dan middelen nodig om te monitoren, zoals drones, en inlichtingen.’

Wie in de archieven van vredesmissies duikt, ziet – zeker bij VN-operaties – steeds dezelfde duidelijke taakstelling: het mandaat. Wat moet de vredesmacht doen en welke middelen zijn nodig?

Dat laatste is cruciaal, benadrukt Matthijssen. ‘De middelen moeten altijd in overeenstemming zijn met het mandaat.’ In Mali was dat deels het geval. De VN-missie MINUSMA had een robuust mandaat waarin expliciet stond dat de vredesmacht als taak had de burgerbevolking en het VN-personeel te beschermen en mensenrechten te waarborgen. ‘Daar heb je stevige bewapening voor nodig en die hadden we ook, dus dat was niet het probleem,’ zegt Matthijssen.

Te weinig troepen voor een te groot gebied

De schaal van de operatie maakte het niet eenvoudig. Het gebied waarin Matthijssen opereerde, was zo groot als Frankrijk. ‘Het klinkt misschien als veel, 14.000 militairen, maar in zo’n uitgestrekt gebied verdwijnen die troepen eigenlijk. Het was beter geweest als we meer militairen hadden, zodat we in meer gebieden de bevolking konden beschermen.’

Bovendien was er in Mali geen conflict tussen twee duidelijk afgebakende staten. Iets wat steeds vaker voorkomt. ‘Je had te maken met Toearegs, Arabische Afrikanen. Maar ook met jihadisten, strijders van IS en de Malinese bevolking zelf. Dat leidde tot veel onderlinge botsingen.’ De VN-troepen moesten helpen om stabiliteit te brengen, omdat de Malinezen daar zelf niet toe in staat waren.’

Kees Matthijssen als commandant van de VN-vredesmissie in Mali, 2022
Kees Matthijssen als commandant van de VN-vredesmissie in Mali, 2022

Het schrikbeeld van Srebrenica

Terugkijkend, vat hij de dynamiek ­samen met een beeldspraak: ‘Mali was als een bord spaghetti. Als je aan twee slierten trok, wist je niet waar de rest ging bewegen.’

Dat het gruwelijk mis kan gaan, bewijst de missie in Srebrenica. Luitenant-generaal Kees Matthijssen was erbij als compagniescommandant toen de moslimenclave viel in juli 1995. Voor hem is het een schoolvoorbeeld van een missie waar de verhouding tussen mandaat en middelen fundamenteel uit balans was.

‘De Verenigde Naties hadden zes gebieden aangewezen als zogeheten safe areas,’ zegt Matthijssen. ‘Die kwamen onder bescherming van de VN te staan.’ In Srebrenica opereerden Dutchbat-eenheden met duidelijk herkenbare voertuigen, blauwe helmen en blauwe vlaggen. Maar al aan het begin van de missie werd duidelijk dat de middelen onvoldoende waren. ‘Er waren te weinig troepen aangeboden door de lidstaten. En dan geldt al snel: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.’

Een militair onhoudbare positie

De Nederlandse eenheden waren te licht bewapend in een onherbergzaam gebied. ‘Er waren geen bewapende helikopters, nauwelijks inlichtingencapaciteit en geen zware wapens.’ Tegelijk lag de lat hoog. ‘We moesten twaalf observatieposten bemannen om de confrontatielijn in de gaten te houden.’

De omstandigheden in de enclave maakten de situatie nog schrijnender. ‘In Srebrenica woonden normaal gesproken zo’n 7.000 mensen. Tijdens de oorlog waren dat er ongeveer 40.000.’ Militair gezien was het een onhoudbare positie: volledig omsingeld, zichtbaar voor de tegenstander en zonder vrijheid van handelen.

Matthijssen typeert het als een ruzie in de kroeg: ‘Iemand slaat op je in, terwijl jouw handen op je rug zijn gebonden.’

Wat dit alles betekent voor Oekraïne, blijft ook voor Matthijssen lastig om in te schatten. Zeker is dat een eventuele internationale troepenmacht aanzienlijk moet zijn. ‘Als je serieus wilt toezien op naleving van een bestand en tegelijk ook wilt afschrikken, praat je al snel over 40.000 tot 50.000 militairen, gezien de omvang van het gebied.’

De prijs van meedoen

Ook voor Nederland heeft dat consequenties. ‘Als je als land A zegt, moet je ook B zeggen. Anders schaad je je geloofwaardigheid. Dat betekent dat Nederland naar rato moet bijdragen, met wellicht een paar honderd militairen.’

Zonder gevaren zal zo’n missie zeker niet zijn. Maar risico’s zijn er bij elke vredesmissie, zegt de generaal. Juist daarom is een helder mandaat cruciaal, net als robuuste afspraken over aansturing en escalatie.

Praktisch gezien zou Matthijssen inzetten op een strategische reserve. ‘Wanneer de situatie dreigt te escaleren, is het verstandig om een quick reaction force paraat te hebben, zodat je snel kunt opschalen. En wat ik altijd heel belangrijk heb gevonden tijdens missies, is de communicatie met de strijdende partijen. Op militair niveau moet je contact kunnen onderhouden. Niet alles hoeft op het hoogste politieke niveau.’