President Donald Trump lijkt weliswaar geen ideologie te hebben, maar opereert wel vanuit vaste overtuigingen. Dat schrijft de Amerikaanse hoogleraar Roberta N. Haar in deze ingezonden opinie.
In de relatie tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie was het afgelopen jaar geen uitzondering, maar een verduidelijking. Donald Trumps terugkeer als president heeft Europese illusies over de veerkracht van de naoorlogse liberale orde en de houdbaarheid van het trans-Atlantische akkoord doen verdwijnen.
Het speelveld is nu brutaler en openlijk transactioneel. Een omgeving waarin machts-asymmetrieën worden benut en afhankelijkheden worden ingezet als wapens. Een wereld waarin geen normatieve taal meer wordt gesproken. Voor Europa is de implicatie fors en aanpassing is niet langer optioneel.
Ik stel hier dat Trumps wereldbeeld niet chaotisch is, maar intern coherent. Het bestaat uit drie stevige pijlers: een afwijzing van de liberale internationale orde ten gunste van survival of the fittest, een strategische openheid richting Rusland als partner en niet als tegenstander; en een gepersonaliseerde, pay-to-play-aanpak van bestuur die loyaliteit en financieel gewin boven institutionele processen plaatst.
Deze kenmerken vertalen zich in een vijandige houding ten opzichte van Europa. Een aanpak die het continent wil verdelen, het regelgevingsmodel ondermijnt en concessies afdwingt door Europese veiligheids- en defensieafhankelijkheden uit te buiten.
Trumps wereldbeeld: vaste pijlers
Hoewel Trump geen enkele ideologie heeft, zijn er vaste onderdelen in zijn wereldbeeld. De eerste is zijn voortdurende afwijzing van de liberale internationale orde na 1945. Trump denkt dat de Verenigde Staten er slecht afkomen binnen de orde die ze zelf hebben gecreëerd, en portretteert allianties, instituties en regels als mechanismen waarmee anderen gratis profiteren van Amerikaanse macht. In dit Trumpiaanse wereldbeeld vervangt handjeklap institutionele samenwerking en ruwe macht komt in de plaats van normen.
Trumps retorische en persoonlijke voorkeur voor ‘sterke kerels’ is niet toevallig, maar emblematisch voor dit wereldbeeld. Zijn lof voor leiders zoals Recep Tayyip Erdoğan, Kim Jong Un, Viktor Orbán, Vladimir Poetin en Xi Jinping weerspiegelt meer zijn bewondering voor onbeperkte autoriteit en gecentraliseerde macht, dan ideologische afstemming. Bijvoorbeeld, in een interview in december, vergeleek Trump zogenaamd ‘zwakke’ Europese leiders met Erdoğan, die hij beschreef als een tough cookie die een ‘sterk land’ en een ‘sterk leger’ bouwde.
Dit het-recht-van de-sterkste-ethos verklaart ook de tolerantie van de regering voor controversiële of juridisch dubieuze acties in het buitenland, van agressieve drugbestrijdingsoperaties in Latijns-Amerika tot een steeds dominantere houding tegenover Venezuela en het westelijk halfrond. In Trumps raamwerk wordt effectiviteit gemeten aan dominantie en extractie, niet aan legaliteit of legitimiteit.
Trump’s Rusland‑strategie en de impact op Oekraïne
Een tweede consistente pijler is de bereidheid van Trump om de relaties met Rusland te normaliseren. Waren beide politieke partijen in de Verenigde Staten het eerst nog eens over Moskou als een revisionistische dreiging, nu heeft Trump Rusland steeds behandeld als een potentiële partner, van wie vervreemding zowel onnodig als commercieel onhandig is.
Als gevolg wordt de oorlog in Oekraïne niet primair bezien in morele of strategische termen, maar als een irritant obstakel dat de normalisatie van relaties tussen de Verenigde Staten en Rusland, en eventuele zakelijke deals, belemmert. Deze manier van denken past goed bij Russische doelstellingen en ondermijnt het centrale veiligheidsbelang van Europa om het veroveren van meer gebieden door Rusland te voorkomen.
Trumps voor-wat-hoort-wat
Een derde pijler is Trumps voorkeur om te heersen buiten de nationale veiligheidsprocessen om. Besluitvorming is gepersonaliseerd, ondoorzichtig en sterk beïnvloed door financiële prikkels. Trump vertrouwt op verrijkingsrelaties, relaties tussen machtige individuen die elkaar financieel kunnen verrijken.
Deze op winst gerichte aanpak creëert een permissieve omgeving voor corruptie en beïnvloeding, vooral door buitenlandse actoren die kunnen verleiden met gouden snuisterijen of miljardeninvesteringen. Het is opmerkelijk dat verschillende prominente gratie- en afgewezen zaken die verband houden met Trump, gaan over personen gelinkt aan buitenlandse invloedrijke netwerken, met figuren die zijn veroordeeld of geassocieerd worden met grootschalige criminele activiteiten.
Schattingen suggereren dat Trump sinds zijn herverkiezing meer dan 2.500 miljoen euro heeft verdiend, wat de indruk versterkt dat persoonlijk gewin geen bijeffect, maar het doel is van zijn bestuur. Uiteindelijk ondermijnt Trumps bestuursmodel verantwoordelijkheid en bevordert het corruptie. Voor zowel bondgenoten als tegenstanders creëert het kwetsbaarheid die geëxploiteerd kan worden door sluwe actoren die Trumps financiële belangen kunnen gebruiken om het gedrag van de Verenigde Staten te beïnvloeden.
Europa door Trumps ogen
Bij elkaar vormen deze pijlers een bestuurlijke logica die gevolgen heeft voor Amerika’s bondgenoten aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Vanuit Trumps perspectief is Europa geen verzameling partners, maar een concurrent die gemanaged, verzwakt en waar mogelijk verdeeld moet worden. De strategie die deze logica volgt, prioriteert relaties van de Verenigde Staten met Rusland, terwijl Europese integratie wordt uitgehold met een verdeel-en-heers-aanpak op meerdere niveaus.
Op het eerste niveau wordt de interne Europese politiek aangevallen door samenwerking met Europese extreem-rechtse partijen die Trumps scepsis delen over supranationaal bestuur. Dit weerspiegelt Ruslands langdurige inspanning om de Europese cohesie van binnenuit te ondermijnen. Een tweede niveau valt regionale geopolitiek aan met pleidooien voor invloedssferen. In de meest expliciete formulering suggereert de Nationale Veiligheidsstrategie van de Verenigde Staten dat Europa mogelijk gedomineerd kan worden door asymmetrische machtsverhoudingen in haar invloedssfeer.
Een derde niveau is de wereldwijde governance. Vooral in digitale governance is de vijandige aanpak van Trump zichtbaar. Het Europese regelgevingskader, inclusief de Digital Markets Act, Digital Services Act en de AI Act, vormt een directe uitdaging voor zijn wereldbeeld en de businessmodellen van Amerikaanse technologiebedrijven. Een gevolg is dat Washington steeds vaker Europese veiligheidsafhankelijkheden gebruikt om Brussel onder druk te zetten bij het verzwakken of herinterpreteren van deze regels.
Waarom Europa beperkt lijkt
Hoewel het verleidelijk is om Europa’s beperkte reacties primair toe te schrijven aan de eigenaardigheden van de huidige bewoner van het Witte Huis, komen ze in werkelijkheid door eigen structurele beperkingen. Institutionele fragmentatie, verschillende nationale prioriteiten en een diepgewortelde soevereiniteitsmentaliteit blijven het integratieproject ondermijnen en leiden tot uitkomsten van de kleinste gemene deler.
Europa’s strategie tegenover Trump komt ook voort uit een fundamentele misinterpretatie van wat hem drijft. Europese leiders hebben gereageerd met vleierij en concessies, in de overtuiging dat accommoderen de trans-Atlantische stabiliteit zou bewaren. In de praktijk heeft deze strategie noch Oekraïne beschermd, noch de relatie gestabiliseerd. Integendeel, het versterkte de indruk van een zwak Europa en moedigde verdere eisen aan.
Nog een reden dat Europa ingeperkt lijkt, is dat er sprake is van een dilemma: de kortetermijn-noodzaak om defensie-uitgaven op te voeren vereist het aanschaffen van Amerikaanse wapens, wat op zijn beurt de langetermijn-afhankelijkheid vergroot. Ontsnappen is niet eenvoudig. Bovendien blijven de Verenigde Staten op middellange termijn onmisbaar voor zaken als inlichtingen, die bijvoorbeeld Oekraïne in staat stellen aanvallen te onderscheppen en effectieve aanvallen uit te voeren. Door decennia te weinig investeren is er een ernstig gebrek aan capaciteit bij Europese NAVO-leden, waardoor het risico op collectieve militaire irrelevantie toeneemt zonder Amerikaanse steun.
Europa’s verdediging tegen Rusland
Eerlijk zijn over de moeilijke situatie van Europa is een eerste stap naar een effectief en betekenisvol antwoord op Trumps verdeel-en-heers-aanpak. Maar puur focussen op Europa’s zwaktes zou een vergissing zijn, een die normalisering van inertie of zwakte kan veroorzaken. In plaats daarvan moet Europa laten zien dat het bereid is om iets te doen, na het erkennen van de ongunstige omstandigheden en ondanks kwetsbaarheden.
Onderweg naar strategische volwassenheid moet Europa de druk van de Verenigde Staten weerstaan om digitale regelgeving te verzwakken. Het verhandelen van standaarden in ruil voor kortetermijnverlichting bij tarieven of veiligheidsgaranties ondermijnt wereldwijd de geloofwaardigheid van Europa. Bescherm regelgevende besluitvorming tegen dwangpolitiek en zorg voor een verenigd front in onderhandelingen met Washington.
Ten tweede moet Europa dringend investeren in een eigen militaire en technologische basis. Het International Institute for Strategic Studies (IISS) waarschuwt dat Rusland al in 2027 een directe bedreiging voor Europa kan vormen. In koopkrachttermen rivaliseert de oorlogseconomie van Rusland al met de gecombineerde uitgaven van Europese NAVO-leden, volgens het IISS Military Balance 2025 Report.
Het vervangen van Amerikaanse niet-nucleaire capaciteiten toegewezen aan de NAVO kan ongeveer 850 miljard euro kosten over 25 jaar. Europa is begonnen met initiatieven zoals het € 150 miljard Security Action for Europe Fund (SAFE) en de National Escape Clause, die een extra € 650 miljard kunnen ontgrendelen. Deze inspanningen moeten blijvend zijn, goed gecoördineerd, steeds worden vergroot en gericht zijn op het verminderen van strategische afhankelijkheid.
Samenwerking voor Oekraïne
Ten derde moet Europa leiderschap tonen in de ondersteuning van Oekraïne. Dit vereist erkenning van ‘vredesinitiatieven’ van de Verenigde Staten, zonder daar volledig op te vertrouwen, en ondertussen voorbereiding om Oekraïne primair te ondersteunen via Europese financiële, militaire en industriële middelen. Samenwerking met Washington moet focussen op het behouden van inlichtingen en het wapenvoorziening tijdens een omschreven overgangsperiode. In oorlogstijd moet Europa inzien dat bevroren Russische activa onderhandelingsmacht kunnen betekenen, naast sancties en het grootste aandeel in militaire en economische steun aan Oekraïne.
Tegelijk moet Europa inefficiënties op defensiegebied onder ogen zien. Zo werkt het nog steeds met meer dan 170 grote wapensystemen, vergeleken met ongeveer 30 in de Verenigde Staten, een probleem dat al erkend werd in 2014. Stroomlijnen en gezamenlijke inkoop zijn essentieel. Recente stappen, zoals gezamenlijke contracten voor munitie en raketten via het European Defence Agency, zijn bemoedigend, maar onvoldoende. De weigering van grote landen om deel te nemen aan initiatieven zoals het door Duitsland geleide European Sky Shield Initiative (ESSI) onderstreept dat politieke leiding industriële rivaliteit moet overwinnen.
Europa moet in een aantal zaken nog op een lijn komen met de Verenigde Staten. Bijvoorbeeld, de $ 901 miljard National Defense Authorization Act die Trump in december 2025 ondertekende, verhindert hem om het aantal troepen in het buitenland, inclusief Europa en Zuid-Korea, te verminderen. Congresbeperkingen zoals deze blijven wat stabiliteit bieden voor trans-Atlantische betrekkingen. Europa moet samenwerken met deze institutionele ankers, terwijl het zich voorbereidt op een transactioneel Witte Huis.
Automatische trans-Atlantische afstemming is voorbij
Recente gebeurtenissen in Venezuela, naast druk om Groenland in te lijven en de doelen zoals die staan vermeld in Trumps Nationale Veiligheidsstrategie, betekenen dat het tijdperk van automatische trans-Atlantische afstemming echt voorbij is. De keuze die Europa moet maken is niet die tussen loyaliteit en autonomie, maar tussen strategische volwassenheid en beheerd verval.
Door zijn regelgevende model te verdedigen, te investeren in eigen capaciteiten en leiderschap te tonen op gebieden waar de eigen belangen direct op het spel staan, kan Europa zich staande houden in een ruwere, hardere wereld zonder zelfstandigheid en zelfbeschikking op te geven.