De belastingaangifte is voor veel mensen een kluwen van regels en voorwaarden. In dit tweeluik gidst EW u door de belangrijkste aftrekposten. Deze keer: vier aftrekposten die iedereen, in loondienst of ondernemer, moet kennen om niet onnodig veel geld af te dragen aan de fiscus.
Wanneer moet u belastingaangifte doen?
Vanaf 1 maart 2026 staat het aangifteformulier voor het belastingjaar 2025 online voor u klaar.
Via deze link kunt u daarbij terecht. Uiterlijk voor 1 mei 2026 moet dit formulier bij de Belastingdienst binnen zijn. Lukt dat niet, dan kunt u vóór 1 mei uitstel aanvragen tot 1 september 2026.
Wie zijn inkomstenbelasting regelt, heeft er baat bij om goed voorbereid te zijn. Lees hier meer over de belastingaangifte.
Wat zijn aftrekposten?
Aftrekposten zijn kosten die u van uw inkomen mag aftrekken bij de belastingaangifte. Daardoor wordt uw belastbare inkomen lager en betaalt u minder belasting.
In welke box vallen de aftrekposten?
De meeste aftrekposten zitten in box 1, die draait om inkomen uit werk en woning. In box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang) en box 3 (vermogen) gaat het eerder om verrekening van verliezen of schulden, niet om aftrek van kosten zoals bij werk en woning. Die verrekeningen noemen we in principe geen aftrekposten, al zorgen ze er wel voor dat uw belastbare inkomen daalt.
Lees meer over (verrekeningen in) box 3 in ons dossier
1. Hypotheekrenteaftrek
De politiek meest omstreden aftrekpost. Politici buitelen over elkaar heen om de hypotheekrenteaftrek te bestrijden dan wel verdedigen, vooral in verkiezingstijd.
Dat debat loopt vaak langs bekende lijnen. Economisch rechts (bijvoorbeeld de VVD) is voor behoud van de hypotheekrenteaftrek, economisch links (onder meer de SP) voor afschaffing.
Met het aanschuiven van de VVD in de coalitie met D66 en CDA lijkt de hypotheekrenteaftrek in de huidige vorm behouden voor de nabije toekomst. Afbouw van de hypotheekrenteaftrek, een wens van de democraten en christendemocraten in verkiezingstijd, staat niet in het coalitieakkoord.
Het politieke getouwtrek rondom de hypotheekrenteaftrek geeft de term een zekere bekendheid. Maar wat de voorwaarden ervan zijn, is in aanloop naar de belastingaangifte niet voor iedereen even duidelijk.
Wat is de hypotheekrenteaftrek?
De naam zegt het al: de hypotheekrenteaftrek biedt de mogelijkheid om de rente op de eigen hypotheek of lening af te trekken van het belastbare inkomen.
Ook de kosten voor het afsluiten van een hypotheek zijn aftrekbaar. Denk bijvoorbeeld aan de notariskosten voor de hypotheekakte of de taxatiekosten voor het afsluiten van een lening. Voor huiseigenaren zijn er dus meerdere mogelijkheden om fiscaal voordeel te behalen.
Wel wordt 0,35 procent van de WOZ-waarde van het huis bij het belastbaar inkomen in box 1 geteld: het zogeheten eigenwoningforfait. Is de WOZ-waarde hoger dan 1.330.000 euro, dan geldt over het meerdere bovendien een verhoogd forfait van 2,35 procent: de zogenoemde villataks.
In de praktijk is de aftrek van de hypotheekrente meestal hoger dan het eigenwoningforfait, waardoor huiseigenaren onder aan de streep minder belasting betalen.
Wanneer heeft u recht op de hypotheekrenteaftrek?
Vanaf het moment dat u een hypotheek afsluit, mag u maximaal dertig jaar hypotheekrente aftrekken.
Voorwaarde is wel dat de lening voor de eigen woning (of verbouwing/onderhoud/erfpacht) wordt gebruikt. Ook moet deze in dertig jaar minimaal annuïtair of lineair wordt afgelost. Dat betekent dat er elk jaar een gedeelte van de hypotheek moet worden afgelost.
Hoeveel aftrek krijgt u?
U krijgt een percentage van uw jaarlijks betaalde hypotheekrente terug. Voor wie met zijn inkomen in belastingschijf 1 zit, is dat 35,7 procent van de betaalde rente. Dat is hetzelfde tarief als waartegen hun inkomen wordt belast.
Bij hogere inkomens is het voordeel gemaximeerd op 37,56 procent in 2026 en 37,48 procent in 2025. Dat is lager dan het tarief waartegen deze inkomens worden belast (zie onderstaande tabel).
| Belastingschijf | Belastbaar inkomen uit werk en woning | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | Tot en met € 38.883 | 35,75% |
| 2 | Meer dan € 38.883 tot en met € 78.426 | 37,56% |
| 3 | Meer dan € 78.426 | 49,50% |
2. Giften (persoonsgebonden aftrek)
In 2022 gaf 76 procent van de huishoudens geld gaf aan een goed doel, blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam. Maar het overgrote deel daarvan daarvan maakt geen gebruik van de giftenaftrek bij de belastingaangifte, en laat zo geld liggen.
Wanneer kunt u giften aftrekken van de inkomstenbelasting?
Doneert u geld of spullen aan een goed doel? Of doet u vrijwilligerswerk en ziet u af van een vergoeding voor uw gemaakte kosten? Dan kan dat voor de Belastingdienst gelden als een gift. Belastingtechnisch vallen die onder de persoonsgebonden aftrek. Daaronder vallen ook betaalde partneralimentatie, uitgaven voor specifieke zorgkosten en kosten voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapte personen.
Of u recht heeft op giftenaftrek, hangt af van aan welke organisatie u doneert en hoe u de gift doet.
Om welke organisaties gaat het?
Aftrek is onder voorwaarden mogelijk bij donaties aan een ANBI, een vereniging of een steunstichting SBBI.
- ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Voorbeelden zijn organisaties die zich richten op gezondheid, armoedebestrijding, natuur, cultuur, onderwijs of mensenrechten. Denk aan Artsen zonder Grenzen, Unicef en het Wereld Natuur Fonds.
- Bij een vereniging kunt u denken aan een voetbal- of hockeyvereniging. Wel moet deze minimaal 25 leden hebben, volledige rechtsbevoegdheid bezitten en niet vennootschapsbelastingplichtig zijn (of daarvan zijn vrijgesteld). Daarnaast moet de vereniging gevestigd zijn in een EU-land, of bijvoorbeeld op St. Maarten, Curaçao, Aruba, de BES-eilanden of een ander door de Belastingdienst aangewezen land.
- Een steunstichting SBBI zamelt geld in voor een zogeheten sociaal belang behartigende instelling (SBBI). Een SBBI zet zich in voor een sociaal of maatschappelijk doel. Denk bijvoorbeeld aan sport- of buurtactiviteiten die vooral gericht zijn op een specifieke groep zoals een amateurvoetbalvereniging of lokale carnavalsvereniging.
Wat voor soort giften zijn er?
Er zijn twee soorten giften. Een periodieke gift is een donatie die u voor meerdere jaren vastlegt, bijvoorbeeld in een overeenkomst. Een gewone gift is een eenmalige donatie, of een bijdrage die niet officieel is vastgelegd voor meerdere jaren.
| Gift aan | U doet een periodieke gift | U doet een gewone gift |
| ANBI | Aftrekbaar | Aftrekbaar |
| Culturele ANBI | Aftrekbaar | Aftrekbaar |
| Vereniging | Aftrekbaar | Niet aftrekbaar |
| Steunstichting SBBI | Niet aftrekbaar | Aftrekbaar |
Hoeveel aftrek krijgt u?
Voldoet uw schenking aan de voorwaarden voor een periodieke gift? Dan mag u het volledige bedrag aftrekken bij de belastingaangifte. Voor periodieke giften geldt geen drempel, maar wel een jaarlijks maximum. Dat maximum bedraagt in 2025 en 2026 1.500.000 euro. In 2024 lag dit maximum nog op 250.000 euro.
Doet u een gewone gift en voldoet u aan de voorwaarden? Dan is de gift ook aftrekbaar, maar hierbij gelden wél een drempel en een maximum.
De drempel voor gewone giften is 1 procent van uw drempelinkomen, met een minimum van 60 euro. Alleen het bedrag dat u boven deze drempel uitkomt, mag u aftrekken. Het drempelinkomen is uw totale inkomen in box 1, 2 en 3, inclusief aftrekposten, maar zonder persoonsgebonden aftrek.
Daarnaast geldt een bovengrens: u mag maximaal 10 procent van uw drempelinkomen aftrekken aan gewone giften.
3. Reisaftrek
Wie geen vergoeding ontvangt van zijn werkgever voor de gemaakte reiskosten, kan recht hebben op een reisaftrek. Let wel: dat betreft altijd een vast bedrag, niet de werkelijk gemaakte reiskosten. Bovendien zijn er een aantal voorwaarden aan verbonden.
Wie komt ervoor een reisaftrek in aanmerking?
Volgens het Landelijk Reizigersonderzoek van de overheid reisden in 2024 ruim 1,3 miljoen forenzen met het openbaar vervoer. Gemiddeld deden ze dat wekelijks in 4,6 ritten per persoon en met een gemiddelde woon-werkafstand van 39 kilometer.
Als zo’n gemiddelde ov-forens geen reisvergoeding krijgt van zijn werkgever, dan komt diegene in aanmerking voor een reisaftrek.
De belastingdienst kijkt namelijk of u met het openbaar vervoer meer dan 10 kilometer voor een enkele reis onderweg bent, en of u dat minimaal één dag per week of minstens 40 dagen per jaar doet (heen en terug binnen 24 uur). Hoe meer u reist, hoe meer vergoeding u kunt krijgen.
Van belang is wel dat u dan in het bezit bent van een openbaarvervoerverklaring via uw vervoerbedrijf (zoals de NS) of een reisverklaring via uw werkgever.
Veruit de grootste groep forenzen gaat met de auto naar werk (6 miljoen in 2024), op afstand gevolgd door de fiets (2,4 miljoen in 2024). Beide groepen hebben geen recht op een reisaftrek.
Hoeveel reiskosten mag u aftrekken?
Als u de cookies van deze site of app accepteert en op de bubbels klikt, ziet u hoeveel reiskosten u mag aftrekken. De bovenste visualisatie geeft de getallen weer voor belastingjaar 2026, de onderste voor belastingjaar 2025. Let op: in 2026 doet u belastingaangifte over 2025.
Bij 90 kilometer of meer geldt: 0,29 euro per kilometer (enkele reis) keer het aantal reisdagen. De aftrek is maximaal 2.649 euro.
4. Lijfrente
Een lijfrente is een manier om zelf extra pensioen op te bouwen, bijvoorbeeld als aanvulling op uw AOW en werkgeverspensioen. U stort geld in een lijfrenteproduct, zoals een lijfrenteverzekering of banksparen bij een bank. Dat geld staat vast tot een afgesproken moment, meestal uw pensioenleeftijd. Daarna ontvangt u het niet in één keer, maar in periodieke uitkeringen.
Een lijfrente kan ook bedoeld zijn voor nabestaanden of voor een meerderjarig invalide (klein)kind. In dat laatste geval hoeft u geen pensioentekort te hebben om de premie te mogen aftrekken.
Wat zijn de voorwaarden voor aftrek?
Wilt u de inleg voor een lijfrente aftrekken, dan gelden doorgaans twee voorwaarden: u betaalt de premie of storting zelf en u heeft een pensioentekort.
De premie is aftrekbaar zolang u binnen uw zogenoemde jaarruimte blijft. Hoe groot die jaarruimte is, hangt af van uw inkomen in het voorgaande jaar en van de pensioenopbouw via uw werkgever.
De Belastingdienst biedt hiervoor een handige rekentool: ‘Bereken uw aftrekbare lijfrentepremie (vanaf 2016).’
Met een lijfrente betaalt u nu minder belasting, doordat de inleg aftrekbaar is. Over de uitkeringen later betaalt u wel belasting. Maar dit gebeurt vaak tegen een lager tarief, doordat het inkomen na pensionering meestal lager is.