Russische economie is beland in dodemanszone

Beeld: ANP.

Nu de oorlog tegen Oekraïne zijn vijfde jaar ingaat, is de Russische economie die die oorlog in stand houdt veranderd op een wijze die moeilijk – misschien zelfs onmogelijk – nog is terug te draaien zonder een nieuwe crisis, schrijft Alexandra Prokopenko van het Carnegie Russia Eurasia Centre.

Westerlingen blijven wachten tot de Russische economie instort, maar dat zal niet gebeuren. Herstellen zal zij evenmin. De Russische economie is beland in wat bergbeklimmers de ‘dodemanszone’ noemen: de hoogte boven 8.000 meter waarin het menselijk lichaam zichzelf sneller afbreekt dan het kan herstellen.

De Russische economie zit vast in wat je een negatief evenwicht zou kunnen noemen: zij houdt zichzelf overeind terwijl zij gestaag haar toekomstige capaciteit vernietigt. De exportinkomsten dalen en de economische zwakte betekent dat het begrotingstekort niet kan worden gedicht met extra belastinginkomsten. De economie groeide in 2025 met slechts 1 procent. De prognose voor dit jaar is nog slechter.

Zo functioneert de Russische economie

In de afgelopen vier jaar is de Russische economie uiteengevallen in twee afzonderlijke metabole systemen. Het eerste omvat militaire en aan het leger gerelateerde industrieën: de vitale organen die voorrang krijgen bij de bloedtoevoer. Deze sectoren nemen personeel aan en investeren. Zij krijgen als eerste toegang tot arbeid, kapitaal en import.

Het tweede systeem omvat alles daarbuiten: het particuliere bedrijfsleven, de kleine ondernemingen, consumentensectoren. Dat zijn de ledematen die in de kou blijven staan.

De gevolgen van de Russische oorlogseconomie

De gevaarlijkste karaktertrek van deze nieuwe structuur is de brandstof waarop zij draait. De Russische economie rust nu op ‘militaire rente’: begrotingsoverdrachten aan defensiebedrijven die lonen en economische activiteit genereren.

Dit lijkt op de oliewinsten in de jaren nul. Maar er is een verschil: de olierente kwam van buiten het systeem, van buitenlanders die betaalden voor een verhandelbaar product, en het geld circuleerde met echte multiplier-effecten in de economie. Militaire rente is een interne herverdeling naar activa die bedoeld zijn voor vernietiging. Het lichaam verbrandt zijn eigen spierweefsel als energie.

Dit is geen conjuncturele neergang die met monetair of fiscaal beleid is te verhelpen. Een recessie is als vermoeidheid: rust en je herstelt. Ruslands toestand lijkt op hoogteziekte: hoe langer je op te grote hoogte blijft, hoe erger het wordt, ongeacht hoeveel rust je neemt.

Wat heeft Rusland nodig om te demobiliseren?

Kijk naar de wiskunde van de afdaling. De Russische defensiesector vertegenwoordigt nu 8 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Demobiliseren zonder in een crisis te belanden, vereist dat aan vijf voorwaarden tegelijk wordt voldaan: 1. geloofwaardige veiligheidsgaranties die naadloos aansluiten op de dreigingsperceptie van het Kremlin; 2. massale demobilisatie met effectieve omscholing; 3. opheffing van sancties om toegang tot technologie mogelijk te maken; 4. een revolutie in defensieaanbestedingen die efficiency boven budgetabsorptie stelt; en 5. een gezond ecosysteem van kleinere bedrijven dat de herverdeelde middelen kan opnemen.

De kans dat deze vijf factoren samenkomen, is vrijwel nul.

Financiële druk op Rusland neemt toe

Intussen wordt de fiscale zuurstof dunner. Het begrotingstekort is voor 2025 opgelopen tot 2,6 procent van het bbp – het hoogste percentage sinds de pandemie. De rentelasten op de staatsschuld zullen dit jaar hoger zijn dan de uitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg samen.

Ook de olieprijzen verhogen de druk. Omdat Oeral-olie, Ruslands belangrijkste soort, met een korting van 25 tot 30 procent ten opzichte van Brent wordt verhandeld, stevenen de Russische exportinkomsten af op het laagste niveau sinds 2020.

Al is de zwakte van de energieprijzen niet in de eerste plaats een Russisch verhaal. Zij weerspiegelt China’s met deflatie samenhangende vertraging, Europa’s stagnatie en Amerika’s handelsoorlogen. De ijle lucht op grote hoogte is een mondiaal fenomeen. Rusland lijdt er onevenredig onder, maar andere oliestaten niet minder.

Ruslands concurrenten kampen ook met problemen

Deze mondiale context creëert perverse prikkels. De economische theorie impliceert dat verslechterende omstandigheden het Kremlin richting onderhandelingen over het beëindigen van de oorlog zouden moeten duwen. Een rationele protagonist die met stijgende kosten wordt geconfronteerd, zoekt een uitweg. Maar Vladimir Poetin kijkt niet alleen naar zijn eigen zuurstofmeter. Hij kijkt naar de andere klimmers.

Wat Poetin ziet, is dit: een Europa dat worstelt met zijn eigen structurele crisis, dat politiek gefragmenteerd is en niet in staat om overeenstemming te bereiken over strategische kwesties (waaronder Rusland). Wat hij verder ziet, is een uitgeput Oekraïne, dat afhankelijk is van westerse steun die bij elke verkiezingscyclus wankelt. En hij ziet een wereldeconomie waarin vele landen naar adem happen en een crisis verwachten die wordt veroorzaakt door hoge schulden en handelsoorlogen.

Als je concurrenten ook verzwakken – en als je gelooft dat jij de pijn langer kunt verdragen dan zij – dan is de uitkomst van de rekensom tegengesteld: geen economische druk die tot een compromis zou moeten leiden, maar in plaats daarvan de logica van volharding.

Waarom confrontatie de enige stabiele uitkomst biedt

Er is nog een diepere laag. Binnen de Russische elite, niet alleen in het Kremlin, heerst vrijwel unaniem de overtuiging dat, hoe deze oorlog ook eindigt, het uiteindelijke doel van het Westen is om Rusland strategisch permanent in te dammen, en waar mogelijk zijn potentieel om zich te ontwikkelen uit te schakelen.

Deze overtuiging is moeilijk te weerleggen. Westerse beleidsmakers spreken openlijk over plannen om Rusland in te perken. Vier jaar van confrontatie hebben aan beide kanten een afhankelijkheid gecreëerd.

Als beide partijen uitgaan van een voort durende confrontatie, zullen zij daarnaar handelen en wordt confrontatie de enige stabiele uitkomst. Ruslands geopenbaarde voorkeur – het voortzetten van de oorlog ondanks de stijgende kosten – stemt rationeel overeen met deze verwachtingen. Het is logisch om door te vechten en te hopen dat er iets verandert: dat de westerse coalitie breekt, dat Oekraïne uitgeput raakt, dat de prioriteiten van de Amerikaanse president Donald Trump verschuiven.

Hoe langer de oorlog, hoe meer institutioneel verval

Rusland kan waarschijnlijk nog geruime tijd oorlog blijven voeren. Maar geen enkele klimmer is in staat om de dodemanszone onbeperkt te overleven – en niet alle klimmers die aan de afdaling beginnen, overleven die.

Voor het Kremlin vereist het vermijden van economische neergang op zijn minst het beëindigen van de oorlog. Maar dat alleen is nog geen garantie voor herstel. Elk extra jaar op deze hoogte vergroot het systemische risico: op een fiscale crisis, op institutioneel verval, op schade die zo ernstig is dat geen enkel naoorlogs beleid haar nog kan herstellen.

De vraag die westerse beleidsmakers zich moeten stellen, is wat voor soort Rusland tevoorschijn komt wanneer de afdaling eindelijk begint – en of iemand een plan heeft voor wat daarna nog zal komen.

Alexandra Prokopenko is verbonden aan het Carnegie Russia Eurasia Centre en is de auteur van From Sovereigns to Servants: How the War Against Ukraine Reshaped Russia’s Elite (verschijnt binnenkort). Dit artikel verscheen eerder bij The Economist.