Veel Nederlanders sparen braaf voor later. Maar de Belastingdienst kijkt mee zodra de hoeveelheid spaargeld een bepaalde grens overschrijdt. Bij de belastingaangifte in 2026 geldt nog het lagere vrijstellingsbedrag van 2025.
Volgens de Nederlandsche Bank stond er in december 2025 ruim 528.000 miljoen euro aan spaartegoed op rekeningen van Nederlandse huishoudens. Omgerekend komt dat neer op gemiddeld ruim 70.000 euro aan spaargeld per huishouden.
Al dat spaargeld is prettig, maar fiscaal niet zonder gevolgen. Vanaf een bepaald bedrag gaat de Belastingdienst meerekenen. Hoeveel spaargeld belastingvrij blijft, hangt af van de regels in box 3.
Lees ook over obligaties als alternatief voor sparen: Hoe het nieuwe box 3-stelsel obligaties aantrekkelijker maakt
Hoeveel vermogen is bij de aangifte over 2025 belastingvrij?
Voor het belastingjaar 2025 (aangifte in 2026) geldt een heffingsvrij vermogen van 57.684 euro per persoon. En 115.368 euro voor fiscale partners samen.
Wie op de peildatum niet boven dit bedrag uitkomt, hoeft in box 3 geen belasting te betalen.
Ter vergelijking: voor het belastingjaar 2026 (aangifte in 2027) ligt het heffingsvrije vermogen hoger, op 59.357 euro per persoon. Voor fiscale partners komt dit uit op 118.714 euro.
| Belastingjaar | Situatie | Heffingsvrij vermogen (€) |
| 2025 | Alleenstaand | 57.684 |
| 2025 | Fiscale partners | 115.368 |
| 2026 | Alleenstaand | 59.357 |
| 2026 | Fiscale partners | 118.714 |
Hoe kijkt box 3 naar spaargeld?
Box 3 belast vermogen. Spaargeld valt daaronder, of het nu op een betaal- of spaarrekening staat, in Nederland of in het buitenland. Maar vermogen is breder dan spaargeld alleen.
Ook beleggingen – bijvoorbeeld in aandelen, obligaties, cryptovaluta of beleggingsfondsen – en een tweede woning of ander onroerend goed tellen mee, evenals contant geld boven een bedrag van 672 euro per persoon. Het eigen huis, het huis waar u zelf woont en leeft, valt niet in box 3.
Schulden mag u aftrekken van het vermogen. Voor schulden die horen bij het eigen huis is er de hypotheekrenteaftrek (dat is box 1). Schulden voor het bedrijf horen er ook niet bij.
Wie wil weten hoeveel belasting moet worden betaald over zijn of haar spaargeld, kan dus niet altijd volstaan met het controleren van de eigen bankrekening(en). Doorslaggevend is de totale waarde van het vermogen op de peildatum.
Welke peildatum gebruikt de Belastingdienst?
Hoeveel vermogen u op 1 januari 2025 hebt, bepaalt hoeveel belasting u moet betalen over het belastingjaar 2025. En daarvoor doet u aangifte in 2026. Schommelingen later in het jaar spelen geen rol.
Hoeveel belasting betaal je boven de vrijstelling?
Voor het bedrag boven de vrijstelling kijkt de Belastingdienst niet naar de werkelijke opbrengst van uw vermogen, maar naar het verondersteld rendement. Dit heet het fictieve rendement. Over dat geschatte rendement wordt vervolgens belasting geheven.
Voor de belastingaangifte over 2025 bedraagt het fictieve rendement op beleggingen en overige bezittingen 5,88 procent. Voor spaargeld geldt een lager percentage van 1,44 procent, dat in 2026 daalt naar 1,28 procent. Over het fictieve rendement betaalt u 36 procent belasting.
Vanaf 1 januari 2028 moet dit systeem veranderen. Dan is het de bedoeling dat niet langer een schatting wordt belast, maar het daadwerkelijke rendement dat wordt behaald met het vermogen.
Een voorbeeld
| Belastingjaar | Situatie | Totaal spaargeld (€) | Belastingvrij (€) | Belast in box 3 (€) | Belasting (€) |
| 2025 | Alleenstaand | 30.000 | 57.684 | 0 | 0 |
| 2025 | Alleenstaand | 60.000 | 57.684 | 2.316 | 12 |
| 2025 | Fiscale partners | 100.000 | 115.368 | 0 | 0 |
| 2025 | Fiscale partners | 150.000 | 115.368 | 34.632 | 180 |
| 2026 | Alleenstaande | 80.000 | 59.357 | 20.643 | 95 |
| 2026 | Fiscale partners | 200.000 | 118.714 | 81.286 | 375 |
Uitgangspunten bij dit voorbeeld
- Heffingsvrij vermogen 2025 (aangifte 2026):
€ 57.684 per persoon, € 115.368 voor fiscale partners - Heffingsvrij vermogen 2026 (aangifte 2027):
€ 59.357 per persoon, € 118.714 voor fiscale partners - Alleen spaargeld (geen overige bezittingen of beleggingen, die meetellen voor box 3)
- Fictief rendement spaargeld:
2025: 1,44% · 2026: 1,28% - Belastingtarief box 3: 36%
- Bedragen afgerond op hele euro’s
Wat is de wet tegenbewijs regeling box 3?
In 2024 bepaalde de Hoge Raad dat het systeem waarbij de Belastingdienst uitgaat van een fictief rendement in box 3 niet altijd eerlijk uitpakt.
Daarom is op 1 juli 2025 de Wet tegenbewijsregeling box 3 ingevoerd. Deze regeling maakt het mogelijk om geld terug te krijgen als u kunt aantonen dat u in de belastingjaren 2017 tot en met 2027 te veel box 3-belasting heeft betaald, of nog moet betalen.
Dat geldt wanneer uw werkelijke rendement lager blijkt te zijn dan het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekent. Daarbij gelden wel strikte voorwaarden.
