Het huidige anti-witwasbeleid schiet tekort, concludeert de Algemene Rekenkamer in zijn onderzoek naar de gevolgen van de maatregelen in de bankensector.
De controles op witwassen zijn ingrijpend voor sommige burgers en bedrijven, ook als die niet per se een groter risico vormen. Zij kunnen bijvoorbeeld geen rekening openen, of hun rekening wordt opgezegd. Het gebeurt ook dat ze geen geld kunnen overmaken naar familie of bedrijven in andere landen.
Discriminatie
De Algemene Rekenkamer ziet zelfs aanwijzingen voor discriminatie. Banken melden vaker transacties van mensen met buitenlandse namen bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland), de organisatie die meldingen van ongebruikelijke transacties onderzoekt.
Dat er onderscheid tussen transacties wordt gemaakt, hoort volgens de Algemene Rekenkamer bij de aanpak van witwassen. Maar sommige groepen worden zonder plausibele verklaring of rechtvaardiging meer gecontroleerd door banken.
Tegelijk zijn de resultaten van het anti-witwasbeleid onduidelijk. De erbij betrokken partijen doen te weinig moeite om die inzichten wél te krijgen. Terwijl dat nodig is om witwassen goed te kunnen aanpakken. Hoe hoger het risico op witwassen, des te zwaarder de controlemaatregelen moeten zijn. Maar dan dien je wel te weten waar de grootste risico’s zitten, en dat is nu niet zo.
Impact anti-witwasbeleid
Tegenwoordig werken 13.000 werknemers in de bankensector fulltime aan de bestrijding van witwassen. In het verleden waren banken te laks met controleren, nu is het juist doorgeslagen, zegt de Algemene Rekenkamer.
Dat zou ook komen door het strikte toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB), waardoor banken in Nederland aan strengere eisen moeten voldoen dan in buurlanden. Zij zijn bijvoorbeeld verplicht om ‘ongebruikelijke transacties’ te melden, terwijl het in de rest van Europa gaat om ‘verdachte transacties’.
DNB zou hebben bijgedragen aan de risicomijdende houding bij banken. Ze zijn meer gaan doen dan nodig, ook als er geen risico is op witwassen, schrijft de Rekenkamer.
De Rekenkamer deed onderzoek naar drie verschillende groepen. ‘Politically Exposed Persons’ (PEP’s), dat zijn met name oud-politici en oud-rechters, en daarnaast religieuze instellingen en horecaondernemers. Vooral de PEP’s en religieuze instellingen – in het bijzonder moskeeën en migrantenkerken – geven aan dat ze vaak te maken krijgen met ingrijpende controlemaatregelen. Bij de horecaondernemers valt dat mee, terwijl in hun sector het risico van witwassen juist hoog wordt ingeschat.
Gevolgen ondernemers
Eerder bleek al dat ondernemers geregeld botsen met de strenge witwasaanpak. Zo is het voor veel bedrijven een lang en moeilijk traject om zelfs maar een bankrekening te openen. Het is geen uitzondering dat zo’n proces maanden duurt. Soms lukt het helemaal niet door een weigering van de bank, geregeld om onduidelijke redenen.
Recent stemde de Tweede Kamer in met een wetswijziging waarin staat dat ondernemers recht hebben op basale bankdiensten, zoals het openen van een bankrekening. Alleen om zwaarwegende redenen mag een bank die diensten weigeren.
Eerder al kwamen diverse organisaties, waaronder VNO-NCW, MKB-Nederland en de Nederlandse Vereniging van Banken, samen tot een ‘Convenant voor toegang tot zakelijke betaalrekening’. Daarin staan afspraken over meer transparantie bij het aanvraagproces en bij eventuele afwijzing.
Inzichten
De maatschappelijke kosten van de aanpak van witwassen zijn hoog, terwijl niemand echt weet of de huidige aanpak werkelijk resultaat oplevert. Het is onduidelijk of er werkelijk aandacht wordt besteed aan de grootste risico’s.
Alle organisaties die witwassen bestrijden, moeten volgens de Algemene Rekenkamer meer samenwerken bij het tegengaan van discriminatie en waarborgen dat er inzicht komt in de resultaten van het anti-witwasbeleid. Die ambities zijn er al langer. Nu is het tijd voor concrete stappen.