Wie vermogen heeft – bijvoorbeeld spaargeld, aandelen of vastgoed – betaalt daar belasting over in box 3. De Belastingdienst rekent daarbij niet met uw werkelijke winst, maar met een zogenoemd fictief rendement: een gemiddeld, verondersteld rendement op uw vermogen.
Dat systeem bestaat omdat niet iedereen hetzelfde rendement haalt op zijn spaargeld of beleggingen. Om geen individuele berekeningen te hoeven maken, gebruikt de Belastingdienst vaste, gemiddelde percentages per soort vermogen. Als u belasting betaalt in box 3, kan het zijn dat u een forfaitair rendement, oftewel fictief rendement, moet betalen.
Hoe hoog is het fictieve rendement in box 3?
Hoe hoog het fictieve rendement is waarmee de Belastingdienst rekent, is afhankelijk van het soort vermogen. De Belastingdienst gaat ervan uit dat spaargeld gemiddeld minder oplevert dan beleggingen. Daarom gelden er drie vaste rendementen.
In het belastingjaar 2025 (waarover in 2026 belasting wordt betaald) is dit 1,37 procent voor spaargeld (mits dit bedrag boven het heffingsvrije vermogen uitkomt). Voor aandelen is dit 5,88 procent en voor schulden 2,70 procent. Over dit fictieve rendement betaalt u 36 procent belasting.
|
Rendementspercentages 2025
|
||
| Banktegoeden | 1,37 % | |
| Beleggingen en andere bezittingen: | 5,88 % | |
| Schulden: | 2,70 % |
Box 3: Wat als werkelijk rendement lager uitvalt dan het fictief rendement?
De Hoge Raad heeft meerdere keren geoordeeld dat fictieve rendementen discriminerend kunnen uitwerken.
Lees ook | Zoveel spaargeld mag u belastingvrij hebben in box 3
Daarom is per 1 juli 2025 de Wet tegenbewijsregeling box 3 van kracht. Deze regeling maakt het mogelijk om belasting terug te krijgen, als u kunt bewijzen dat u in een of meerdere van de jaren 2017 tot en met 2027 te veel box 3-belasting heeft betaald, of nog te veel moet betalen.
Hiervan is sprake wanneer uw daadwerkelijke rendement lager ligt dan het fictieve rendement. Wel gelden hiervoor strenge voorwaarden.
Wat wil het kabinet-Jetten met het fictief rendement in box 3?
De politiek wil al langere tijd af van deze manier van belasten. Zowel het vorige kabinet als het huidige kabinet-Jetten werkt aan een nieuw systeem waarin uw werkelijke rendement wordt belast. Vanaf 1 januari 2028 moet dat nieuwe systeem ingaan.
Het kabinet-Jetten wil dit doorzetten, maar in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA staat dat de vermogensaanwasbelasting moet worden doorontwikkeld naar een vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat niet de ‘papieren’ winst wordt belast, maar de uiteindelijke winst bij verkoop.
Lees ook | Box 3: dit zijn de plannen van kabinet-Jetten in coalitieakkoord
Vermogensaanwasbelasting betekent dat ook over papieren winst belasting moet worden betaald. Als u bijvoorbeeld koerswinst heeft behaald op een aandeel ING, maar dit aandeel nog in bezit hebt, moet u over de winst belasting betalen. Het belastingpercentage over deze ‘papieren’ winst is 36 procent.
Bij vermogenswinstbelasting wordt winst pas belast als de bezittingen zijn verkocht.
| Soort belasting | Wanneer betaalt u belasting? | Voorbeeld |
| Vermogensaanwasbelasting | Ook bij waardestijging op papier, terwijl u het nog niet hebt verkocht | Aandelen stijgen in waarde → u betaalt al belasting |
| Vermogenswinstbelasting | Pas als u het verkoopt en de winst echt maakt | Aandelen stijgen, maar belasting pas bij verkoop |
Box 3: wat komt er in plaats van het fictieve rendement?
Een ruime Kamermeerderheid wilde al af van het fictieve rendement. Toch is de nu aangenomen Wet op werkelijk rendement, die het huidige stelsel op basis van fictief rendement moet vervangen, controversieel.
De nieuwe box 3-wet moet nog worden behandeld door de Eerste Kamer. Als die akkoord gaat, betaalt u vanaf 2028 belasting over het rendement dat u écht hebt behaald, niet meer over een schatting van de Belastingdienst.
Lees ook | Kabinet past box 3 aan. Dat kost miljarden: wie gaat dat betalen?
