De feiten: Geen draagvlak en te ingewikkeld
Afgelopen vrijdag gooide staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg (D66) de deur in het slot voor de zogenoemde rijkentaks, een belasting voor de allerrijksten met een vermogen van minimaal 100 miljoen euro.
Volgens de staatssecretaris is zo’n belasting ingewikkeld om in te voeren. Ook ontbreekt het in het buitenland aan draagvlak voor het zwaarder belasten van de allerrijksten. Eerenberg: ‘Vooralsnog is er bepaald geen meerderheid te vinden voor een wereldwijde brede vermogensbelasting of een belasting zoals Zucman die voorstelt.’
Zou Nederland op eigen houtje zo’n belasting invoeren, dan dreigt een vlucht van de allerrijksten naar bijvoorbeeld België of Duitsland, met medeneming van hun bedrijven en bedrijvigheid. Nederland heeft te weinig mogelijkheden om zo’n uittocht fiscaal tegen te gaan.
Eerenberg: onvoldoende steun
Eerenberg liet vrijdag aan de Tweede Kamer weten dat Nederland met Frankrijk binnen de Europese Unie heeft aangedrongen op verdere onderzoeken naar hogere belastingen voor de allerrijksten, maar dat er onvoldoende steun voor is.
‘Het ligt daarnaast niet in de lijn der verwachting dat dit op korte termijn verandert,’ schrijft de staatssecretaris, die daarmee laat weten dat deze belasting in Europa tijdelijk op een dood spoor is beland.
Op 2 februari sprak de Franse econoom Gabriel Zucman met de Tweede Kamer over zijn rijkentaks. Naar aanleiding van dat gesprek wilde GroenLinks-PvdA van de staatssecretaris weten hoe het kabinet tegen deze belasting aankijkt.
Wie zegt wat over de rijkentaks?
Bronnen: Tweede Kamer, EW- Staatssecretaris Eelco Eerenberg in een brief aan de Tweede Kamer: ‘Hoewel het kabinet op dit moment geen voornemen heeft om verdere stappen te nemen, heeft de balans tussen het belasten van vermogen en arbeid blijvende aandacht.’
- Gabriel Zucman in een interview met EW: ‘‘Nederland moet het eerste land ter wereld zijn dat deze belasting invoert. De status-quo waarbij de superrijken, alle belastingen inbegrepen, nauwelijks 20 procent van hun inkomen betalen, terwijl de gemiddelde Nederlander 40 procent opbrengt, is gewoon niet acceptabel.’
- Lobbyist Stefan Tax nam het in een ingezonden opinie in EW juist op voor de allerrijksten. ‘Waarom krijg je bij duizend keer de gemiddelde belastingafdracht geen taart en bos bloemen als dank, en is je belastingafdracht klaar voor het jaar?’
EW's visie: Rijkentaks op papier geen slecht idee
Door: Jeroen van Wensen, redacteur EconomieGabriel Zucman laat in zijn studies zien dat de vermogens van de allerrijksten in de afgelopen decennia hard zijn gegroeid, mede dankzij de afgenomen belastingdruk voor deze groep. Daarom betalen zij relatief gezien veel minder belasting dan de andere inkomens- en vermogensgroepen. De Franse econoom heeft becijferd dat zijn ‘twee-procentsheffing’ dat verschil weer opheft.
Het pleidooi van Zucman stuit overal in de wereld op verzet van succesvolle ondernemers. Hogere belastingen maken het ondernemen onmogelijk, zeggen zij in Zucmans thuisland Frankrijk, maar ook in de Verenigde Staten en in Nederland.
Relatief minder belasting
De vraag is of die kritiek terecht is. Ondernemers als Elon Musk, de man achter Tesla en X, en Jeff Bezos, van Amazon en The Washington Post, hebben vermogens van vele honderden miljarden euro’s. Maar omdat hun belangen in de eigen ondernemingen onbelast blijven zolang zij die niet verkopen, betalen zij relatief gezien weinig belasting. Datzelfde fiscale principe geldt ook voor Nederland.
Waarom een hogere belasting een rem zou zetten op hun ondernemingsactiviteiten blijft onduidelijk. Datzelfde geldt ook voor zeer vermogenden die goed zijn voor 100 miljoen euro.
Een voorwaarde voor invoering van de Zucman-taks blijft dat er internationaal voldoende draagvlak voor moet zijn, anders leidt zo’n heffing alleen maar tot kapitaalvlucht. Daar schiet Nederland niets mee op.
Verdere verdieping: Dit is de Zucman-taks
Gabriel Zucman heeft een belasting uitgewerkt die specifiek is gericht op mensen met een vermogen van 100 miljoen euro of meer. Zij zouden volgens Zucman jaarlijks een belastingaanslag moeten krijgen van minimaal 2 procent van hun vermogen. Iemand met een vermogen van 100 miljoen euro (een hectomiljonair) betaalt dan minimaal 2 miljoen euro belasting per jaar. Een miljardair betaalt dan minimaal 20 miljoen euro belasting per jaar.
Jaarlijks moet worden bekeken wat de zeer vermogende betaalt aan loonbelasting, inkomstenbelasting, premies voor de sociale verzekeringen, kansspelbelasting, dividendbelasting en onroerendezaakbelasting. Als dat minder is dan 2 procent van het vermogen, dan wordt er bijgeheven tot die 2 procent (maar als dat meer is, dan volgt geen belastingkorting).
Tot het vermogen behoren vastgoed, beleggingen, spaargeld, opgebouwde pensioenen bij pensioenfondsen, ondernemingsvermogen. Schulden komen op het vermogen in mindering. Bij de allerrijksten bestaat het vermogen vooral uit het aandelenbelang in de eigen (familie)bedrijven.
Dat stelt de allerrijksten ook in staat om belasting te ontgaan, door de winsten niet uit te keren. Wel kunnen de rijksten hun aandelen belenen, om zo toch een ruim inkomen te hebben. De taxe Zucman moet een eind maken aan deze fiscale ontgaansroute.
Heffen bij de grens is lastig
Het risico bestaat dat hogere belastingen voor de allerrijksten leiden tot hun uittocht. Vandaar dat Zucman exitbelastingen of trailing taxes voorstelt. Wie Nederland verlaat, moet dan flink afrekenen bij vertrek of betaalt in de jaren erna nog steeds belasting in Nederland.
Staatssecretaris Eerenberg staat in zijn reactie aan de Tweede Kamer stil bij de onmogelijkheden van deze heffingen. Nederland heeft met veel landen belastingverdragen, die ervoor zorgen dat Nederland zo’n belasting niet kan opleggen. Binnen de Europese Unie bijvoorbeeld komt zo’n heffing al snel in botsing met het vrije verkeer van personen.
Omdat de animo in de EU bovendien gering is voor zo’n belasting, ontstaan er fiscale lekken bij een exitheffing. Want stel dat Nederland een exitheffing invoert bij vertrek naar een belastingparadijs, dan valt dat eenvoudig te ontwijken door tijdelijk in een ander EU-land te wonen.
Moeilijk beeld van te vormen
De omvang van het vermogen van de allerrijksten is vaak lastig vast te stellen. Want neem het niet-beursgenoteerde familiebedrijf, hoe veel is dat waard? De Belastingdienst beschikt momenteel niet over de middelen om dat jaarlijks te berekenen, legt Eerenberg uit.
Ook heeft de fiscus niet altijd inzicht in de omvang van het buitenlands vermogen, hoewel de internationale uitwisseling van informatie over vermogens wel sterk is verbeterd in de afgelopen jaren.