feature

Zwijg, zionist! Hoe universiteiten dissidenten monddood maken

Wat in de academische wereld klinkt als consensus, blijkt in stilte broos. Angst en zelfcensuur bepalen het debat, schrijft Maarten Boudry in een ingezonden opinie.

De academische wereld beschuldigt Israël ogenschijnlijk unaniem van genocide. Anonieme wetenschappers vertellen een ander verhaal. ‘Ze proberen mij de mond te snoeren.’

Sinds 7 oktober 2023 bekleed ik een wat zonderlinge positie in het maatschappelijke debat, zowel aan Nederlandse als aan Vlaamse kant.

Maarten Boudry

 (41) is wetenschapsfilosoof en voor­uit­gangsdenker, verbonden aan de ­Universiteit Gent. Hij schreef diverse boeken, zoals recent Het verraad aan de verlichting.

Na de pogrom van Hamas die dag, en de daaropvolgende oorlog in Gaza, groeide in journalistieke en academische kringen vrij snel een consensus dat Israëls tegenreactie op geen enkele manier te rechtvaardigen valt.

Vrijwel wekelijks verschenen open brieven van academici tegen Israël, die in korte tijd honderden tot duizenden handtekeningen verzamelden.

Hoe ‘genocide’ academische consensus werd

Tientallen universiteiten schortten samenwerkingen met Israëlische partners op wegens vermeende medeplichtigheid, via hun banden met het leger.

In de academische wereld lijkt inmiddels zelfs overeenstemming te bestaan over de zwaarste beschuldiging denkbaar: dat Israël in Gaza een volkerenmoord of genocide pleegt. In een veel­ge­lezen artikel kon NRC geen enkele genocide-expert vinden die dat betwistte.

En in augustus 2025 stemde de International Association of Genocide Scholars voor een resolutie: jazeker, in Gaza vindt een ‘genocide’ plaats. Officiëler kan het nauwelijks.

Die beschuldiging van genocide vind ik nog steeds even obsceen als absurd, zoals ik betoogde in online magazine Quillette.

Premier Benjamin Netanyahu en zijn extreem-rechtse trawanten valt van alles te verwijten, maar er is geen enkele aanwijzing dat het Israëlische leger de bedoeling heeft om de Gazaanse bevolking uit te roeien. Er is overvloedig bewijs van het tegendeel.

Houten bouwschutting voor een gebouw van de Universiteit van Amsterdam (UvA), mei 2025
Houten bouwschutting voor een gebouw van de Universiteit van Amsterdam (UvA), mei 2025

Waarom Israël altijd schuldig is

De gretigheid van westerse intellectuelen om Israël van deze ‘misdaad der misdaden’ te beschuldigen, blijft me verbazen. Net zoals hun blindheid voor de cynische oorlogstactieken van Hamas en de extreem lastige omstandigheden waarin Israël zijn (legitieme) oorlogsdoel tracht te bereiken.

In mijn jongste boek Het verraad aan de verlichting leg ik die progressieve verblinding uit als een uitloper van een postkoloniale ideo­logie, waarbij het Westen altijd de boosdoener is, en de antiwesterse krachten altijd de nobele slachtoffers zijn.

De prijs van afwijking

In de academische wereld raakte ik gaandeweg volledig geïsoleerd met mijn standpunt. De rector van mijn universiteit UGent verklaarde in een interview dat een academicus die de genocide in Gaza in twijfel trekt, een ‘rode lijn’ overschrijdt en niet langer door de academische vrijheid wordt beschermd.

Vijf professoren probeerden bij de vorige rector sancties tegen mij te laten treffen wegens mijn afwijkende standpunten.

Toch krijg ik al twee jaar geregeld mails van academische collega’s die ongeveer hierop neerkomen: ‘Ik ben het roerend met u eens en ben blij dat u deze strijd voer. Maar houd het alstublieft stil, want ik wil geen problemen.’ De sociale druk is zo groot dat dissidenten zich niet langer durven uit te spreken.

Dat leidt tot een fenomeen dat psychologen ‘pluralistische onwetendheid’ noemen: iedereen denkt ten onrechte de enige te zijn met een afwijkende mening en zwijgt daarom, waardoor die ­illusie zichzelf in stand houdt.

Het klassieke voorbeeld is de fabel van de nieuwe kleren van de keizer: toeschouwers houden de schijn op dat de keizer prachtig gekleed is, omdat iedereen denkt als enige te zien dat hij poedelnaakt is – tot een kind zonder sociale schroom het hardop zegt en iedereen in lachen uitbarst.

Achter gesloten deuren

In een poging die ‘betovering’ te doorbreken, besloot ik anonieme getuigenissen te verzamelen van academici met afwijkende opvattingen over Israël en Gaza. Daarvoor deed ik een oproep op X, die een dertigtal verslagen opleverde.

Wat in mijn mailbox belandde, is ontluisterend – zowel de standpunten zelf als de redenen waarom academici ze niet publiek durven te uiten.

Een hoofddocent aan een Nederlandse universiteit schrijft me: ‘Ik ben bang om mijn gedachten vrijuit te delen met mijn collega’s en voel me beperkt in mijn vrijheid om hierover openlijk te spreken.’

Zelfcensuur als overlevingsstrategie

Een professor filosofie stelt dat een academisch debat over de oorlog in Gaza ‘onmogelijk’ is gemaakt: ‘Kritische stemmen tracht men de mond snoeren met uitsluiting, ontslag en soms zelfs geweld. In dergelijke omstandigheden voel ik me niet geroepen om mijn kritische bedenkingen openlijk te uiten.’ Een andere Nederlandse docent geeft grif toe: ‘Ik houd zeker mijn mond dicht over mijn standpunten ten aanzien van mijn collega’s.’

Een collega aan mijn eigen Gentse faculteit noemt de beschuldiging van genocide ‘misselijkmakend’ en een vorm van ‘cynische manipulatie’, maar is als de dood ervoor om uit te komen voor haar standpunt.

De betrokkene probeert het onderwerp zoveel mogelijk te vermijden in gesprekken met collega’s en studenten. Ze geeft toe aan ‘zelfcensuur’ te doen om ‘zichzelf te beschermen’.

De stille gevolgen van afwijking

Een Nederlandse hoogleraar die zich wél geregeld openlijk uitspreekt over Israël, schrijft dat niet iedereen haar privilege van een vaste benoeming geniet: ‘Ik ken veel meer jonge wetenschappers met afwijkende meningen, maar de meesten van hen durven die niet te uiten. De sociale en professionele isolatie is zeer reëel.’

Zelf ontvangt ze sinds haar publieke uitspraken niet langer ­uitnodigingen voor bijdragen aan boekhoofdstukken, workshops en conferenties.

Een getuigenis van een andere docent laat zien hoe subtiel de professionele en sociale repercussies kunnen zijn, zelfs bij iemand met een vaste benoeming: ‘Ik ben gestopt met reposts en reacties over Israël op X, nadat ik merkte dat mijn universiteit plots geen enkele prestatie van mij nog deelde, terwijl dat vroeger wel gebeurde.’

Morele druk versus vakkennis

Ook sociaal werd de druk voelbaar. Collega’s ontvolgden hem of reageerden niet langer op zijn berichten. Uiteindelijk gaf deze academicus het op om privéredenen: ‘De doorslag kwam toen mijn vrouw me vroeg het gevecht aan anderen over te laten. We kunnen het ons eenvoudigweg niet veroorloven deze baan te verliezen.’

Een ­aantal collega’s worstelt met schuldgevoelens omdat ze zich niet durven uitspreken: ‘Ik voel me soms laf,’ of zelfs een ‘sell-out’ – iemand die principes opgeeft voor eigen gewin.

Tussen de getuigenissen bevinden zich ook mensen met de nodige expertise, die je zelden in de media zult horen. Een professor militair recht stelt dat er wat de genocide-vraag betreft ‘uiterste voorzichtigheid is geboden’ en waarschuwt voor ‘overhaaste conclusies’. Het voeren van vijandelijkheden, schrijft hij, kun je niet ‘automatisch ­assimileren met daden van genocide’.

Zwijgen tot in de top

Een doctor in de rechten en voormalig adviseur van het Internationaal Gerechtshof, die zich verdiepte in eerdere genocidedossiers, schrijft in een lange mail: ‘Ik ben er niet van overtuigd dat Israël genocide pleegt, maar ik ben momenteel kapitaal aan het ophalen en neem niet het risico om deze stelling publiekelijk in te nemen.’

Dissidente meningen zijn tot in de hoogste ­regionen van onze instellingen te vinden.

Zo schrijft een vicerector aan een Belgische univer­siteit: ‘De Gaza-manie die nu heerst, lijkt me collectieve zinsverbijstering. De roep om wat Israël doet tot een genocide uit te roepen, sluit daarbij aan.’

Wanneer antizionisme omslaat

Diverse collega’s stellen onomwonden dat de kunstmatige consensus voortkomt uit latent antisemitisme.

Een Nederlandse hoogleraar filosofie is van mening dat ‘de overmatige aandacht (obsessie!) met Gaza al per definitie antisemitisch is, omdat dezelfde aandacht zelden gericht is op andere complexe conflicten waarin Joden niet de Daders zijn.’

Hij ziet dan ook nauwelijks een verschil tussen antizionisme en antisemitisme. Een andere hoogleraar stelt dat het ‘academische discours steeds vaker verwordt tot gratuite Jodenhaat’.

Bekladding van een gebouw van de Universiteit Gent vanwege banden met Israëlische instellingen, juni 2024
Bekladding van een gebouw van de Universiteit Gent vanwege banden met Israëlische instellingen, juni 2024

Een noodzakelijke kanttekening

Een belangrijk voorbehoud: deze getuigenissen zijn het resultaat van zelfselectie en dus niet representatief voor de academische wereld als geheel. Ik maak me geen illusies: deze afwijkende stemmen vormen nog altijd een minderheid.

Wat de getuigenissen wel aantonen, is dat binnen de universiteitsmuren geen ernstig debat meer mogelijk is over Israël en Gaza. Wanneer dissidenten op hun tong bijten uit angst voor repercussies, wordt het meerderheidsstandpunt nooit aan kritische toetsing onderworpen.

En een theorie die niet aan kritiek wordt blootgesteld, wist filosoof en econoom John Stuart Mill (1806-1873) al, verwordt tot een ‘dood dogma’.

Dat blijkt ook zonneklaar uit de genoemde resolutie van de International Asso­ciation of Genocide Scholars (IAGS): die was niet gebaseerd op eigen onderzoek en bevat nauwelijks serieuze argumentatie. Het document is eerder een reeks onbewezen stellingen dan een academische analyse – meer een bezwering of geloofsbelijdenis.

Een eenzijdige lezing

De IAGS behandelt de oorlog alsof er maar één strijdende partij is (Israël), waarbij de daden van Hamas volledig onzichtbaar blijven. Alle materiële en menselijke schade is dan automatisch de schuld van Israël.

Het woord ‘Hamas’ komt maar één keer in de tekst voor, om te melden (zonder enige onderbouwing) dat de acties van Israël ‘niet enkel tegen Hamas’ waren gericht, maar ook tegen de hele burgerbevolking.

En dat het hoge dodental automatisch een ‘genocide’ inhoudt.

In het document staat bovendien dezelfde lijst aan verdraaide en verzonnen citaten van Israëlische leiders, zonder bron, die ik voor Quillette heb geanalyseerd.

Waarom Europa zwijgt

In Europa lijkt de sociale druk nog groter dan in de Verenigde Staten. Een petitie tegen de IAGS-resolutie vond in de Verenigde Staten nog vlot honderden ondertekenaars, maar in Europa slechts een handvol – voornamelijk in Duitsland en rond één Londens centrum voor antisemitisme-onderzoek.

De consensus over Israël is daardoor kunstmatig: een product van extreme sociale druk, ideo­logische radicalisering en wat psychologen een ‘spiraal van stilzwijgen’ noemen.

Die ideologische ondermijning van wetenschap doet zich ook op andere domeinen voor, zoals ik samen met 38 andere auteurs betoogde in de bundel The War on Science: van gender tot migratie, van klimaat tot racisme.

De prijs voor de universiteit

Een Leuvense professor beschrijft de schade die dit zelfgenoegzame activisme aanricht: ‘Waarom zouden externe beleidsmakers, die universiteiten steeds vaker als activistische bolwerken zien, nog middelen toekennen voor ernstig wetenschappelijk onderzoek?’

Wanneer universiteiten zich ontpoppen tot ideologische bolwerken, hoeft het niet te verbazen dat het vertrouwen van de brede bevolking afkalft. De spiraal van stilzwijgen rond Israël is daarvan de meest dramatische illustratie.