Pokémon Go bracht stiekem de wereld voor bezorgrobots in kaart. Pardon?

Mensen spelen Pokémon Go (Foto: Getty Images)

Pokémon Go gebruikte gegevens van spelers om nieuwe bezorgrobots te trainen. Dat klinkt al snel verdacht. Maar misschien zijn data en grote bedrijven niet altijd zo kwalijk als we in onze reflex denken, schrijft Zihni Özdil.

Pokémon Go! Wie kent het niet? De afgelopen tien jaar was dat smartphonespel wereldwijd een enorme hit.

Wat Pokémon Go zo bijzonder maakt, is dat ook volwassenen massaal eraan verslaafd raakten. Want ‘het merk’ Pokémon bestond tot dan toe uit tekenfilms, speelgoed en kindergames. En was, dus, vrijwel alleen onder kinderen populair.

Wat is Pokémon?

Pokémon is een Japanse mediafranchise die in de jaren negentig ontstond. Zij draait om het verzamelen en trainen van fictieve wezens die ‘Pokémons’ heten: een samentrekking van ‘Pocket Monsters’ (Broekzakmonsters).

Wat begon als een simpel ‘handspelletje’ (voor handheld consoles) zoals de Gameboy, groeide uit tot een wereldwijd fenomeen met ruilkaarten, een langlopende tekenfilmserie en films.

En sinds 2016 ook met de razend populaire smartphone-app Pokémon Go die jong en oud wist te verbinden in een gedeelde, fantasierijke hobby.

Hoe geslaagd is Pokémon Go?

Op het hoogtepunt, kort na de introductie, had het spel maandelijks 200 miljoen actieve gebruikers over de hele wereld. In Nederland werd het maar liefst 2 miljoen keer per maand gespeeld.

Nu, tien jaar, later trekt het nog steeds elke maand 50 miljoen gebruikers. Tot nu toe heeft het razend populaire spel ruim 6 miljard dollar opgeleverd.

Hoe werkt Pokémon Go precies?

Pokémon Go is een gratis smartphone-app die van de traditionele Pokémon-hobby een interactieve buitenactiviteit heeft gemaakt. Spelers gebruiken GPS en camera van hun telefoon om in de echte wereld op zoek te gaan naar wezens die zich virtueel op bepaalde plekken ophouden: op een kaart op het scherm is te zien waar je in de parken of straten in je eigen buurt een Pokémon kunt tegenkomen, en vervolgens vangen.

De app stimuleert je om te voet op ontdekkingstocht te gaan. Want bepaalde plekken in de stad of het dorp zijn speciale locaties waar je nieuwe voorwerpen kunt krijgen of je vangcapaciteit kunt trainen.

De app combineert dus een wandeling in de buitenlucht met een speurtocht. Zo bezien is het niet gek dat miljoenen mensen, jong en oud, ertoe zijn gebracht om – alleen of samen – te spelen en letterlijk de wereld rond te lopen.

Wat is het verdienmodel?

Het verdienmodel van Pokémon Go bestaat uit kleine betalingen in de app: zogenaamde microtransacties. Spelers kunnen op die manier PokéCoins kopen, om vervolgens handige spullen aan te schaffen in de virtuele winkel en sneller vooruit te komen.

‘Leuk en aardig, drs. Özdil,’ hoor ik u al denken, ‘maar waarom schrijft u dit allemaal in EW?’

Pokémon Go traint bezorgrobots

Wel, Pokémon Go is in het nieuws. Want wat blijkt? Al die honderden miljoenen spelers hebben jarenlang onbewust bijgedragen aan de ontwikkeling van bezorgrobots.

De meer dan 30 miljard foto’s en scans die zij met hun telefooncamera’s maakten van straten en gebouwen in de hele wereld, zijn door spelontwikkelaar Niantic gebruikt om een geavanceerd visueel navigatiesysteem (VPS) te trainen.

Dit systeem, dat locaties herkent aan de hand van herkenningspunten in plaats van alleen met GPS, wordt nu toegepast in robots van het bedrijf Coco Robotics die zelfrijdend boodschappen kunnen bezorgen. Wat begon als een spelletje om virtuele wezens te vangen, leverde dus een gedetailleerde 3D-kaart van de wereld op.

Geld verdienen met de kleine lettertjes?

Toen ik dit gisterochtend las, was ik verontwaardigd. ‘Alweer sneaky gedrag van gewetenloze bedrijven om stiekem data van burgers – die nota bene al 6 miljard dollar en still counting hebben betaald – te jatten voor nog meer winst!’ was mijn eerste gedachte.

Ik heb zelfs geprobeerd een telefoonnummer van Niantic te vinden omdat ik het bedrijf voor deze column streng wilde ondervragen namens de wereldbevolking. Bijvoorbeeld of Pokemón Go, al was het maar in piepkleine lettertjes, van tevoren had gemeld dat dit zou gebeuren?

Dat telefoonnummer kon ik niet vinden. Althans, geen nummer dat op Nederlandse kantooruren bereikbaar is. Vanwege de kei- en keiharde doch rechtvaardige EW-deadline voor deze column ben ik maar naar mijn bruine stamkroeg gegaan. En heb aldaar de boel voorgelegd aan de andere stamgasten.

‘Nou, en?’

Na een, in mijn beleving, zeer hartstochtelijke uitleg over wat voor schandaligs er aan de hand is kreeg ik, tot mijn verbazing, unaniem de reactie: ‘Nou, en?’

Toen brak mijn klomp. Verrek, dacht ik. In hun eigen woorden legden ze uit dat zij dan wel hun (klein)kinderen al jaren enorm plezier hebben aan Pokémon Go.

Een aantal zei zelfs heel blij te zijn dat er eindelijk een app was die kinderen niet ertoe aanzet om alleen maar zittend op hun smartphone te scrollen. Die ze juist stimuleert om naar buiten te gaan en al bewegend de wereld te verkennen.

Geef ze eens ongelijk, besefte ik.

Uiteindelijk heb ik ze allemaal bedankt voor een waardevolle les: niet meer meteen vanuit een links-progressieve reflex negatief zijn over data en grote bedrijven.