Nederland moet landen die christenen vervolgen harder aanpakken. Dat bepleit de ChristenUnie in een initiatiefnota die Kamerlid Don Ceder vandaag presenteert.
Ceder wil dat ministers christenvervolging aan de orde stellen in diplomatieke gesprekken en dat er een permanente gezant wordt aangesteld voor vrijheid van religie en levensovertuiging.
De urgentie is volgens hem groot. Vorige week werden in Nigeria tientallen christenen ontvoerd tijdens een kerkdienst.
In 2025 had één op de zeven christenen wereldwijd met onderdrukking te maken, in totaal 388 miljoen mensen, zo blijkt uit cijfers van Open Doors, een stichting die vervolging van christenen tegen wil gaan.
Volgens de ChristenUnie moet de aanpak van christenvervolging een van de fundamenten zijn onder het Nederlandse buitenlandbeleid.
De partij wil dat op ambassades extra aandacht komt voor godsdienstvrijheid. EW stelt zeven vragen aan Kamerlid Don Ceder.
In 2021 was er ook een initiatief voor de aanpak van christenvervolging, waarom is er nu een nieuw voorstel nodig?
‘Je ziet dat er in de afgelopen jaren wereldwijd steeds meer christenen zijn vervolgd. Het Nederlandse beleid is nog te weinig daadkrachtig en effectief. We begrijpen te weinig hoe conflicten en religieuze overtuigingen vaak vervlochten zijn. Dat is één van de punten die ik naar voren breng. Dat moet verankerd worden, zodat we die kennis gaan vergaren en het beleid effectiever wordt.’
‘Als je kijkt naar de grote conflicten in de wereld, de opstanden nu in Iran, Israël-Gaza en de gevangenissen met IS-strijders in Syrië die bewaakt worden door Koerden, dan is het essentieel dat we herkennen dat religie een belangrijke rol speelt, zodat we kunnen bijdragen aan concrete oplossingen. Daarom komen we met voorstellen om dit scherper op de Kameragenda te zetten.’
Past een aanpak van christenvervolging wel in het buitenlandbeleid van Nederland, dat sterk is ontkerkelijkt?
‘In Nederland leven we in een vrij seculier land en heel West-Europa is een soort seculier eiland. Maar de rest van de wereld wordt juist religieuzer. Dat begrijpen wij hier te weinig, terwijl het veel effect op Nederland heeft. Als wij onze seculiere pet nooit afzetten, kunnen we bijvoorbeeld niet volgen wat de motivatie is van het Iraanse regime om aan de macht te blijven en in het Midden-Oosten allerlei terreurbewegingen te ondersteunen, zoals de Houthis in Jemen, Hezbollah in Libanon en Hamas in Gaza.
‘We zien de gevolgen. Te lang zijn we vanuit de Europese Unie met Iran omgegaan alsof wij het land met voldoende economische afspraken konden bewegen tot een redelijker beleid. Maar dat bleek niet waar, omdat dat beleid ook is gebaseerd op religieuze overtuigingen. Dat moeten we onder ogen zien, want zonder die erkenning is doeltreffend diplomatiek beleid tegenover zulke regimes onmogelijk.
‘In Nederland is er onder ambtenaren religieus analfabetisme. Dat klinkt scherp, maar ik denk dat we op een seculier eilandje zitten. Ook de mensen bij Buitenlandse Zaken hebben, net als de samenleving, minder met religie en de kerk, waardoor specifieke kennis verdwijnt. Terwijl juist religieuze kennis in een internationale context nodig is om goed beleid te maken.
‘Zo komt ambassadepersoneel te weinig in kerken. Dat moet veranderen en ook ministers moeten daaraan bijdragen. Een minister op dienstreis moet af en toe een onderdrukte christelijke gemeenschap bezoeken.’
De aanpak van christenvervolging raakt gesloten landen als China en Noord-Korea en ook terreurgroepen. Hoe moet Nederland daar volgens u mee omgaan?
‘We zien dat er in China een grote ondergrondse kerkgemeenschap is. Nederland moet dat bespreekbaar maken tijdens gesprekken met Chinese diplomaten. Als ChristenUnie hebben we gezegd dat vervolging van christenen altijd een agendapunt moet zijn in een diplomatiek gesprek met landen die op de lijst van Open Doors staan.
‘In een aantal islamitische landen zou het helpen om te pleiten voor het afschaffen van de doodstraf op blasfemie. Dat soort wetgeving wordt onder andere misbruikt om christenen vals te beschuldigen. In Pakistan is dit bijvoorbeeld al een aantal keer gebeurd. Met dat land hebben we diplomatieke banden, we moeten ons inzetten om die blasfemiewetten af te schaffen.
‘De aanpak van een terreurgroep als Islamitische Staat of Boko Haram is moeilijker omdat het daarbij niet om een land of regering gaat. Maar we kunnen de Nigeriaanse autoriteiten wel aanspreken op het feit dat zij Boko Haram niet genoeg bestrijden en vragen of ze hulp nodig hebben. De speciale gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging kan daarbij helpen. Die heeft dan budget nodig van Buitenlandse Zaken om geloofsvrijheid op de agenda te zetten in landen waar wij een diplomatieke post hebben.’
In 2023 wilde eenderde van het ambassadepersoneel liever minder aandacht geven aan godsdienstvrijheid. Is het ministerie van Buitenlandse Zaken te woke geworden?
‘Ik denk niet dat het te woke is, maar dat we ons beleid vormgeven vanuit de Nederlandse context. Zo is de onderdrukking van lhbti’ers óók een belangrijk punt. Maar die aandacht is gegroeid vanuit wat Nederland en de Nederlandse samenleving belangrijk vinden. Het zou effectiever zijn om het buitenlandsbeleid veel meer te benaderen over wat belangrijk is in de omgeving waarin we opereren, zodat je vervolgde lhbti’ers beter kunt ondersteunen.
‘Als we het hebben over lhbti’ers en waarom die ook vervolgd worden, zie je in veel gevallen dat daar religieuze actoren of motieven aan ten grondslag liggen. Dus hoe je het ook wendt of keert, we moeten ons beleid opstellen vanuit de context waarin we werken. We hoeven onze normen en waarden niet te exporteren.
De rest van de wereld wordt juist religieuzer. Dat begrijpen wij hier te weinig, terwijl het veel effect op Nederland heeft.
Minister van Buitenlandse Zaken David van Weel heeft het behoorlijk druk, de wereld staat in brand, heeft u er begrip voor dat dit onderwerp minder prioriteit heeft?
‘Juist omdat de wereld in brand staat is dit belangrijk! De onrust in de wereld is hiermee verbonden. Het draagt bij aan ons begrip van de wereld om de context te zien waarin conflicten plaatsvinden. Niet iedereen deelt dezelfde opvattingen als het seculiere Europa.
‘Kijk hoe Europa veel te lang heeft geloofd dat diplomatieke gesprekken iets zouden veranderen in Iran. Dat regime verandert niet. De afgelopen weken zijn er duizenden ongewapende demonstranten vermoord. Bij een aantal Europese landen leeft nog steeds de gedachte dat diplomatie beter werkt dan sancties. Maar dan begrijp je de godsdienstige motieven van de moellahs niet. Je moet dan maatregelen durven nemen, zoals het op de terreurlijst plaatsen van de Iraanse garde.’
Moet er daarom ook meer geld naar Ontwikkelingssamenwerking? De ChristenUnie pleit voor ophoging naar 0,7 procent.
‘We weten dat elke euro die we daarin investeren zich grotendeels terugverdient. Bezuinigen op ontwikkelingshulp is één van de stomste dingen die het kabinet Schoof deed, juist in deze onzekere tijden. Dan verlies je geopolitieke invloed.
‘Het is zo kortzichtig om te zeggen dat we geen geld in ontwikkelingshulp moeten steken. Daarmee raken we onze invloedsfeer kwijt, terwijl die juist nu zo belangrijk is. Nederland moet daar beter over nadenken. Daar waar we terugtrekken, springt China of Rusland in het ontstane gat. In deze nieuwe wereldorde moeten we van het opbouwen van relaties met landen in Zuid‑Amerika en Afrika een prioriteit maken.
‘Het beleid is wat ons betreft geen keuze tussen dominee of koopman. Een dominee die helpt met het ondersteunen en opbouwen van een sterke gemeenschap, zorgt er ook voor dat wij als koopmannen kunnen investeren en handel kunnen drijven.’
U dient dit voorstel in terwijl het kabinet dubbeldemissionair is en de opvolgers in de coulissen staan. Is dit voor de ChristenUnie de onderhandelingsopzet om steun te geven aan het minderheidskabinet?
‘Ik hoop dat de formerende partijen hier constructief naar kijken. Ik verwacht een ander beleid op het ministerie van Buitenlands Zaken dan de afgelopen jaren, waarin Nederland in de wereld terugtrekkende bewegingen maakte. Als ChristenUnie gaan we een constructieve periode in. D66, VVD en CDA steunden altijd mijn voorstellen over dit onderwerp en ik verwacht dat ze dat blijven doen, ook in het kabinet.’

