Donald Trump is op het Wereld Economic Forum in Davos om bij andere wereldleiders steun te regelen voor zijn Board of Peace. Een vredesraad die begon als Gaza-hulpmiddel is nu een omstreden machtsvehikel dat internationale instituties uitdaagt en bondgenoten verdeelt. Vijf vragen.
1. Wat is de vredesraad?
De vredesraad is een samenwerkingsverband van landen, vorig jaar gepresenteerd door Trump als onderdeel van zijn Gaza-plan. Aanvankelijk bedoeld om toezicht te houden op het bestuur en de wederopbouw van Gaza na het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas. In de praktijk lijkt het mandaat inmiddels veel ruimer.
In een conceptstatuut dat onder genodigden circuleert, wordt de raad omschreven als een ‘doelgericht en slagvaardig orgaan voor internationale vredesopbouw’, inzetbaar bij conflicten overal ter wereld.
Daarmee positioneert Trump het initiatief niet langer als een tijdelijk instrument, maar als een structureel overlegorgaan naast – of mogelijk tegenover – de Verenigde Naties.
Trump zelf spreekt openlijk zijn onvrede uit over de VN, die volgens hem traag, politiek verlamd en weinig effectief zijn in het beëindigen van oorlogen. De vredesraad moet, zo staat in het handvest, de moed hebben ‘afstand te nemen van benaderingen en instituties die te vaak hebben gefaald’ en doen wat anderen nalaten.
2. Wie komen in aanmerking voor de vredesraad?
Volgens het conceptstatuut wordt Trump de eerste voorzitter van Raad. Opvallend is dat er geen vaste termijn aan die functie is verbonden. Alleen bij vrijwillig aftreden of blijvende onbekwaamheid kan een opvolger aantreden – aangewezen door Trump zelf.
Amerikaanse functionarissen bevestigen dat dit betekent dat hij het voorzitterschap in theorie levenslang kan behouden.
Het dagelijks bestuur bestaat uit een kleine kring vertrouwelingen en oud-politici, onder wie de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio, Midden-Oosten-gezant Steve Witkoff, de voormalig Britse premier Tony Blair en Trumps schoonzoon Jared Kushner.
Trump houdt de touwtjes stevig in handen. Het conceptstatuut maakt duidelijk dat ‘lidmaatschap is voorbehouden aan landen die door de voorzitter worden uitgenodigd’.
Bovendien kan ‘een lidstaat door de voorzitter worden verwijderd’, terwijl de voorzitter ook ‘het laatste woord heeft over de betekenis, uitleg en toepassing van het handvest’. De voorzitter beschikt daarnaast over vetorecht bij alle besluiten.
Mocht dat alles niet volstaan, dan kan het hele orgaan worden opgeheven zodra de voorzitter dat ‘nodig of wenselijk’ acht.
Ongeveer zestig landen hebben een uitnodiging ontvangen, waaronder Israël, India, Rusland, Turkije, Pakistan, Canada en Egypte. Ook de Chinese president Xi Jinping en de Russische president Vladimir Poetin zijn benaderd.
Wie permanent lid wil worden, moet binnen een jaar meer dan een miljard dollar bijdragen aan het fonds van de raad. Volgens Washington gaat het om een vrijwillige bijdrage, geen entreegeld – al is dit onderscheid vooral semantisch.
3. Wie doen mee – en wie haken af?
Tot nu toe heeft slechts een beperkt aantal landen hun deelname formeel bevestigd, waaronder Wit-Rusland, Hongarije, Marokko, Kazachstan, Vietnam, Azerbeidzjan en Kosovo.
Woensdag 21 januari verklaarden de ministers van Buitenlandse Zaken van Saudi-Arabië, Turkije, Egypte, Jordanië, Indonesië, Pakistan, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten dat hun landen hebben besloten toe te treden tot Trumps vredesraad.
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft eveneens positief gereageerd op Trumps uitnodiging, al is onduidelijk onder welke voorwaarden.
Zweden heeft laten weten niet deel te nemen.
Frankrijk heeft het initiatief afgewezen. President Emmanuel Macron wil niets weten van een orgaan dat, zoals hij het ziet, de VN vervangt. Trump reageerde op Franse kritiek met de waarschuwing dat hij ‘200 procent invoerheffingen op Franse wijn en champagne’ zou instellen. ‘Dan doet hij wel mee,’ zei hij over Macron.
Rusland zegt het voorstel nog te bestuderen en wil nadere uitleg van Washington. Andere grote landen, waaronder India en het Verenigd Koninkrijk, houden zich voorlopig op de vlakte.
4. Kan de vredesraad echt iets doen?
Dat is nog onduidelijk. Het oorspronkelijke Gaza-plan heeft weinig resultaten opgeleverd en de vredesraad heeft geen militaire middelen of afdwingbare sancties. Het statuut spreekt wel over het bevorderen van stabiliteit, het herstellen van wettig bestuur en het veiligstellen van duurzame vrede, maar laat open hoe dat er in praktijk uitziet.
De Canadese minister van Financiën François-Philippe Champagne plaatste openlijk kanttekeningen bij de opzet van de Board of Peace. In Davos zei hij: ‘Canada zal niet betalen voor een permanente zetel. We zitten in een vroeg stadium wat betreft de referentiekaders van deze board, hoe die zal functioneren en waarvoor de financiering precies dient,’ aldus Champagne.
Daarmee raakt hij aan een bredere zorg onder westerse bondgenoten: dat lidmaatschap en invloed in het board mede worden bepaald door financiële bijdragen, terwijl de voorzitter landen kan selecteren, besluiten kan blokkeren en het laatste woord houdt over de uitleg van de regels.
Amerikaanse functionarissen benadrukken dat er voor het beheer van het geld strenge controlemechanismen zijn opgezet, met onafhankelijke audits en toezichtcommissies. Toch blijft de vraag wie uiteindelijk bepaalt welke conflicten prioriteit krijgen en wiens belangen nu eigenlijk worden gediend.
5. Hoe verhoudt de vredesraad zich tot de Verenigde Naties?
Trump sluit niet uit dat de vredesraad op termijn de rol van de Verenigde Naties deels of geheel overneemt. Terwijl die werken op basis van brede consensus en vaste procedures, kiest de vredesraad voor een compacte structuur, met geselecteerde leden en een sterke voorzitter.
Voor veel Europese landen is dat laatste het probleem. Zij zien het initiatief als een ondermijning van het multilaterale systeem dat sinds de Tweede Wereldoorlog de internationale orde vormgeeft. De steun van landen als Hongarije, Wit-Rusland en enkele autoritair bestuurde staten versterkt die argwaan.
Daarmee staat de vredesraad symbool voor een bredere verschuiving in Trumps buitenlandbeleid: minder overleg en meer druk, minder instituties en meer persoonlijke macht.
Of de raad uitgroeit tot een blijvende speler op het wereldtoneel, of strandt als een omstreden experiment, zal afhangen van wie uiteindelijk bereid is Trumps voorwaarden te accepteren – en welke prijs zij daarvoor betalen.