De feiten: Coalitie zoekt koers in drugsbeleid
Bron: Trouw, D66, VVDHet eerste commissiedebat over het drugsbeleid van de nieuwe coalitie laat meteen zien dat de regeringspartijen niet op één lijn zitten. CDA-Kamerlid Tijs van den Brink zocht de afgelopen dagen nadrukkelijk de publiciteit.
In Trouw en op tv waarschuwde hij dat Nederland een groeiend drugsprobleem heeft. Zijn boodschap: in Den Haag klinkt nog te vaak de roep om drugsgebruik te legaliseren of normaliseren, terwijl Nederland juist steviger moet optreden.
Die boodschap botst met de koers van D66. In het verkiezingsprogramma staat dat drugsgebruik ‘een maatschappelijke realiteit’ is en dat regulering vaak effectiever is dan een verbod. Coffeeshops moeten volgens D66 legaal mogen inkopen bij gecertificeerde telers.
De VVD neemt een afwachtende houding aan. De partij wil eerst de resultaten van het wietexperiment zien, maar wil tegelijk dat burgemeesters sneller kunnen ingrijpen bij overlast van coffeeshops.
Wietexperiment en coffeeshops centraal
Het coalitieakkoord kiest op papier een tussenweg. Voor softdrugs geldt een strak gereguleerd gedoogbeleid, terwijl het gebruik van harddrugs niet langer als normaal moet worden gezien. Grote festivals krijgen een verplicht drugspreventieplan en bij overtreding van de Opiumwet geldt vaker een educatieve maatregel.
Als het aan Van den Brink had gelegen, was de coalitie nog een stap verder gegaan. ‘Dat is geen geheim,’ zei hij. Maar, zo voegde hij toe, wie zijn handtekening zet, moet er ook voor staan.
Nederland behoort volgens het Trimbos-instituut tot de Europese koplopers in het gebruik van xtc. Het wietexperiment speelt intussen een grotere rol in lokaal beleid. In 10 gemeenten doen 75 coffeeshops mee aan het experiment met een gesloten keten. Sinds 2024 leveren enkele legale telers gereguleerde cannabis aan deze cafés.
Coffeeshophouders klagen over wisselende kwaliteit
De proef verloopt niet zonder problemen. Coffeeshophouders klagen over onvoldoende aanbod en wisselende kwaliteit van de gereguleerde hasj en willen bij meerdere telers kunnen inkopen. Het kabinet besloot daarom extra telers gereed te maken voor levering.
Het experiment moet duidelijk maken of een gereguleerde keten leidt tot minder criminaliteit en betere controle op de kwaliteit van cannabis. Het kabinet rapporteert jaarlijks aan de Kamer; in 2029 volgt een besluit over het vervolg.
Wie zegt wat over het drugsbeleid?
Bron: Trouw, Tweede Kamer- D66-Kamerlid Joost Sneller benadrukt dat in het debat vaak alleen repressie wordt besproken. Voor hem draait het meer om preventie. ‘Je wilt drugs niet helemaal vrijgeven, maar ook niet helemaal illegaal maken.’
- CDA-Kamerlid Tijs van den Brink schrijft in een opiniestuk in Trouw: ‘Een samenleving die drugsgebruik normaliseert, moet niet verbaasd zijn als ook de gevolgen normaler worden.’ Hij wijst erop dat normaliseren leidt tot meer verslaving, slachtoffers en criminaliteit.
- Claire Martens-America (VVD) legt in het debat de nadruk op veiligheid en de criminaliteit achter de drugshandel. Het wietexperiment moet uiteindelijk duidelijk maken of een gesloten coffeeshopketen werkelijk leidt tot minder criminaliteit. ‘Veiligheid is het allerbelangrijkst.’
- Sophie Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VVD): ‘Drugsgebruik zou niet normaal moeten zijn. Dan heb je gezondheidsrisico’s en draag je bij aan een criminele industrie en milieuschade.’
- Minister van Justitie en Veiligheid (VVD) David van Weel wil drugsgebruik minder normaal maken en de handel harder aanpakken. ‘Drugscriminaliteit is niet normaal,’ zegt hij. Tegelijk is hij voorzichtig positief over het wietexperiment: er zijn volgens hem geen signalen van toenemende overlast en de meeste coffeeshops zijn positief.
EW’s Visie: Wietexperiment test toekomst van Nederlands drugsbeleid
Door: Josephine Ummels, politiek redacteurHet debat toont vooral dat de nieuwe coalitie het oneens is over het drugsbeleid. D66 wil meer preventie en regulering en het CDA wil meer repressie en dat drugsgebruik niet langer als normaal geldt. De VVD wil pas conclusies trekken na data uit het wietexperiment. De inzet is dus niet zozeer nieuw beleid, maar een uitspraak over de koers: controle of vrije markt?
D66-Kamerlid Joost Sneller wil meer preventie. Het budget gaat nu te veel naar opsporing en te weinig naar voorlichting. Maar het drugsprobleem schuilt niet in te weinig campagnes. Het beleid moddert al vijftig jaar voort tussen tolerantie en verbod. De ‘achterdeur’ van de coffeeshop – alleen verkoop gedogen, productie niet – is al lang een lucratieve markt voor criminelen.
Het wietexperiment moet uitwijzen of dat systeem beter kan. Door gecontroleerde teelt hoopt de overheid de georganiseerde criminaliteit terug te dringen.
Dat legt een ongemakkelijke vraag bloot: als regulering werkt, moet Nederland het gedoogbeleid eigenlijk volledig legaliseren. En als het niet werkt, blijft het huidige systeem bestaan waarin de staat verkoop tolereert maar de productie aan criminelen overlaat.
Het experiment is daarmee niet alleen een proef met cannabis: het test de houdbaarheid van het hele Nederlandse drugsbeleid.
EW Verdieping: partydrug als medicijn?
Minister Sophie Hermans komt voor de zomer met een brief over de inzet van de partydrug MDMA en andere psychedelica als behandeling van psychische aandoeningen. Daarmee belandt een opmerkelijk onderwerp op de Haagse agenda: kan een bekende partydrug ook een medicijn zijn?
In Nederland begon het Leids Universitair Medisch Centrum een onderzoek naar MDMA-therapie bij mensen met posttraumatische stress-stoornis (PTSS), onder meer bij oorlogsveteranen. Volgens onderzoekers kan het middel patiënten helpen traumatische herinneringen beter te verwerken tijdens intensieve psychotherapie.
De resultaten uit eerder onderzoek zijn opvallend. ‘83 Procent van de mensen met PTSS herstelt volledig dankzij MDMA. Daar kan bijna geen enkele andere psychotherapie aan tippen,’ zegt Eric Vermetten, kolonel-psychiater bij defensie en bijzonder hoogleraar aan het LUMC.
Toch staat de therapie nog in de kinderschoenen. MDMA is in Nederland een verboden harddrug en mag alleen onder strikte voorwaarden worden gebruikt. Later moet blijken of een middel dat vooral bekend is uit het uitgaansleven ook een medicijn kan zijn voor zware trauma’s.